Ik ben de tijd wel een beetje voorbij dat ik achter elke bal aanren. Ik heb het niet meer nodig en ik kies zélf graag waar ik me nog wel of niet hard voor maak.
Dat betekent ook dat ik na al die jaren, al die bedrijven, al die samenwerkingen en al die klanten wel zo’n beetje weet hoe de hazen lopen. Waar ik wél en niet gelukkig van word en in floreer. En: waar en hoe jij dus ook het meeste aan mij hebt.
Die kaders heb ik een keer opgeschreven. Voor mezelf, maar eigenlijk meer: voor jullie. Lees ze even vóórdat je al te enthousiast contact opneemt, dat scheelt jou en mij een hoop tijd, om-elkaar-heen-gedraai en mogelijke teleurstellingen.
En oh ja: mocht je nog steeds met me in zee willen, weet dan dat je ook onder deze regels je handtekening moet zetten.
Ja, echt.
Ik voldoe nooit aan je verwachtingen, want ik kan geen half werk leveren. Dat betekent dat ik je verwachtingen altijd overtref.
Daarmee hangt samen dat je de standaardprocessen die je misschien kent, moet vergeten. En dat ik ook heel wat vraag van de opdrachtgevers voor wie ik werk. In termen van lef, durf, geduld, inbeeldingsvermogen, out-of- the-box-denken, je nek uitsteken (ook intern) en het durven inslaan van ongebaande paden.
In die zin kan het weleens gebeuren, dat ik gaandeweg het proces met iets heel anders kom dan we (ook samen) steeds dachten. Of dat überhaupt het hele proces ineens anders gaat.
Mocht dat gebeuren, bedenk je dan maar dat ook dat een functie heeft. En dat ik dat ook bewust laten gebeuren – het proces op zich is namelijk niet interessant. Het enige dat telt is dat ik me aan mijn belofte houd: dat ik de oplossing voor je probleem aandraag.
Linksom of rechtsom: daar kan je van op aan.
Dit is een leuke. Je moet namelijk weten: ik ben in de regel heel benaderbaar. Maar ik ben nu eenmaal niet zo’n beller. Of beter gezegd – ik bel bijna nooit. Dat is geen ‘prima ballerina-gedrag’, of ‘zo nodig anders moeten zijn’.
Ik heb er gewoon een hekel aan. Krijg kortsluiting. Raak de draad kwijt. Kan gesprekken die over de telefoon plaatsvinden moeilijk onthouden en denk altijd, nadat we hebben opgehangen: ‘waar ging dit nou eigenlijk over?’ Of ‘ik had dat moeten zeggen’. Als één van de twee niet goed kan bellen, hebben we er uiteindelijk allebei niks aan.
Maar kun je als klant dan wel werken met iemand die niet kan bellen? Jawel, hoor. Heel goed, zelfs. Want appen of mailen werkt daarentegen wél. Vaak nog beter ook, want dan kan ik even nadenken over wat ik zeg, over hoe ik het zeg. En daar wordt het alleen maar beter van.
En: ik ben snel. Heel snel. Meestal heb je binnen 5 minuten antwoord. Probeer maar eens.
Er is niets zo moeilijk, als het bedenken van een simpele oplossing. Het is een beetje vergelijkbaar met het schrijven van een korte brief – de meest geniale schrijvers hebben daar geen tijd voor. Die moeten dan te lang schrappen.
Zo werkt dat met mijn hoofden en mijn ideeën ook. Ogenschijnlijk onoplosbare problemen, de meest onmogelijke en complexe vraagstukken, los ik met gemak op.
Dat komt omdat ik er in geoefend ben alle bullshit weg te snijden, en net zo lang te fileren totdat ik bij de kern ben. Bij waar het wérkelijk om gaat.
Elf van de tien keer, is die oplossing veel simpeler dan wie dan ook had kunnen bedenken (inclusief ikzelf, van te voren). Zo’n oplossing, zo’n idee, kan met gemak op de achterkant van een bierviltje. Of van een barbonnetje. Soms schrijf ik het niet eens op.
Vaak hebben klanten tijdens de presentatie wel door wat de belangrijkste slide op het scherm is. Die waar dat ‘ene zinnetje’, dat ‘ene woord’, die ‘ene verrassende invalshoek’ staat. En natuurlijk help ik daar bij, waar mogelijk.
Als je namelijk niet snapt wát ik adviseer, hoe simpel ook, heeft het weinig zin om verder te praten. Of om de executie in te gaan. Die ik, hoe verrassend, vaak ook heel eh… simpel houd.
Das best moeilijk, om dat te snappen. Dat simpele. Vooral ook omdat ik ‘dat simpele’, dat ‘nihilistische’, ook nog eens tergend perfectionistisch uit ga voeren.
Zeg eens eerlijk: heb je nog zin?
Er is tegenwoordig iets grappigs aan de hand. In ons ‘vak’. Doordat alle media & middelen voor iedereen beschikbaar zijn, en alles meetbaar is (geweldig natuurlijk) en doordat iedereen met een beetje ‘internet-skills’ en de juiste software en ‘You-Tube tutorials’ zichzelf al snel designer, copywriter, fotograaf, regisseur of social media expert vindt, gaat iedereen ook continue heel hard rennen. En allemaal dingen dóen.
Ze gaan updates plaatsen, filmpjes maken, Facebook campagnes voeren, Instagrammen, bloggen, vloggen, webinarren of online cursussen geven. Alsof hun leven er vanaf hangt. Werkt het niet, dan is er geen man overboord – dat sturen we toch gewoon bij?
Nou, nee. Zo werkt het niet. En ik doe er niet aan mee. Ik laat het lekker. Dat lege. Dat holle. Dat achter elkaar aanrennen. Dat makkelijke kopieergedrag.
Ik doe niets, maar dan ook niets, totdat er eerst een goed concept ligt. Een ijzersterke strategie. Een Big Idea, dat alleen bij jou, jouw bedrijf, of bij jouw probleem past.
En daar zit nog weleens een uitdaging: zowel voor jullie, als voor mij. Het valt namelijk niet mee om het verschil tussen ‘een aardig ideetje’ en Godsgruwelijk Goed Concept uit te leggen – in een wereld waarin concepten niet meer nodig lijken te zijn.
En het valt voor jullie niet mee om te moeten inzien dat de ‘lean start-up methode’, ‘agile werken’, ‘design thinking’ en ‘growth hacking’ vooral verzonnen zijn door wannabees in de periferie die het aan conceptuele kracht ontbreekt om éérst eens goed na te denken. En dan -pas- wat te gaan doen.
Je denkt toch niet dat Steve Jobs de iPhone introduceerde met behulp van gebruikerservaringen? Dat Elon Musk de Tesla werkenderwijs liet ontstaan en dagenlang met groepen mensen geeltjes op de muur liep te plakken? Of dat Gaudi bij het tekenen van de Sagrada dacht: “… nou, eens kijken waar het heengaat.., lekker agile een beetje scrummen, met mijn team?”.
Nou dan. Dus: Eerst denken. Dan doen.
Voor wie ik ook werk, een corporate A-brand of het vriendje van het nichtje van onze buurvrouw die we ergens mee helpen, ze gaan er allemaal mee te maken krijgen. Mijn abnormale inzet. Mijn bijna monomane drang om Alles Te Geven. 100%. Half bestaat gewoon niet. Het is Alles. Of Niks.
Dus als ik voor je ga, dan ga ik ook met hart & ziel. Letterlijk.
Zo letterlijk, dat het soms pijn doet. Ik kan ‘werk’ niet zien als puur ‘werk’. Ik kan ‘zakelijk’ en ‘privé’ nu eenmaal moeilijk scheiden. Allebei nooit gekund, eigenlijk.
Ik leef ervoor, ik adem het, ik sta ermee op. Net als dat ik ermee naar bed ga. Slechts weinigen kunnen zich zo identificeren met wat ze aan het doen zijn, en soms leidt dat ook weleens tot onbegrip. Merk ik.
Dat zorgt soms nog weleens voor wat ‘frictie’ (een mooier woord kon ik niet bedenken). In de relatie. Mochten we daar ooit komen, bedenk dan maar dat het uit Pure Liefde is. Voor jou. Voor je probleem.
Uit het feit dat ik je opdracht niet alleen aannam, maar dat daarmee op slag jouw merk, jouw probleem, jouw organisatie, jouw doen en laten geïnjecteerd wordt in mijn bloedbaan. En een deel van mij wordt.
Maar ja: dan weet je in elk geval dat je in goede handen bent. Want ik ben niet het type dat voor mezelf, of voor een deel van mezelf, slecht zorgt.
Twee dingen probeer ik altijd zoveel mogelijk te vermijden: vergaderingen. En brainstorms.
Dat eerste, dat is een noodzakelijk kwaad. Begrijp ik ook wel. Hartstikke leuk, dat internet. En Mail, Slack, Skype, Meet, Teams, Zoom. Maar op afstand werken kent ook z’n beperkingen – soms moet je elkaar even in de ogen kunnen kijken, en voelen dat je op één lijn zit. Ontkomen we dus niet aan, en doen we gewoon.
Het is wel zaak ze zo weinig mogelijk te plannen, en zo kort mogelijk te houden. Poolse landdagen houd ik buiten de grens en we hebben allebei nog meer te doen.
Brainstorms zijn weer een ander verhaal. Ik heb nog nooit één meegemaakt waarin een zinnig idee bedacht werd. Dat kan ook niet – overal waar meer dan 3 mensen op een van tevoren bepaald tijdstip samen komen om concepten te verzinnen, gaan er andere dingen spelen.
Groepsdynamiek, onzekerheden, persoonlijke interacties en de drang om te moeten presteren. Dodelijk, voor de flow. En dus voor het resultaat. Hoe hard je ook aan me trekt: ik doe het niet. Nooit. Zonde van mijn tijd, en van die van jullie.
Wat ik wel doe, zijn mijn – inmiddels beruchte – Kloostersessies. Dat verkoop ik aan je als een brainstorm, zodat je aanvankelijk nog het gevoel hebt ‘mede in charge’ te zijn, maar: niets is minder waar. Dan weet je dat vast.
Helemaal leuk – deliverables, offertes, Algemene Voorwaarden, (de)briefings en planningen. Goed dat we helderheid creëren. Maar: eigenlijk gaat het daar niet om. Als het goed is namelijk, staan we op het punt een relatie te beginnen. En dat is veel belangrijker om even bij stil te staan.
Een relatie, ook een zakelijke, is gebaat bij wederzijds vertrouwen en toewijding. Wat ons professionele doel ook is, we zullen het samen moeten doen. Als mensen, als unieke individuen. Met al onze eigenaardigheden, trekjes, persoonlijkheden en opgebouwde ervaringen tot nu toe.
Dat betekent dat we momenten tegen gaan komen waarop we het zakelijke doel gaan afwegen tegen onze persoonlijke investeringen, kosten en opbrengsten.
Zelf ben ik daar altijd heel helder in: als ik voor je aan de slag ga, geef ik Alles. Een tomeloze inzet, met een tsunami aan energie. Het is bijna teveel gevraagd om dat ook van de ‘wederpartij’ te verwachten, maar toch doe ik dat. Stiekem.
De bedoeling is dat we niet niet alleen Werk gaan maken waarmee we de wereld verbazen (en je probleem oplossen), maar ook dat we van elkaar leren, door elkaar groeien en vooral: enorm veel plezier hebben. Immers: “Life is too short to spend it with assholes”.
Ik wil elke seconde dat ik met je bezig ben, genieten. Me verbazen, iets opsteken, boven mezelf uitstijgen en elkaar naar Grotere Hoogten stuwen.
Je kunt er van op aan dat dat is wat ik ga doen. En ik hoop diezelfde energie, dezelfde inzet van jou terug te mogen vragen. Zolang daar een gezond evenwicht in is, gaan we veel plezier aan elkaar beleven. Staan we elke dag op met een goed gevoel. En maken we Bijzonder Werk.
Maar laten we ook afspreken dat we – jij én ik – onmiddellijk aan de bel trekken bij elkaar als we een verandering merken. Of als de wijzer van de weegschaal een kant opgaat die één van ons tweeën meer kost, dan oplevert. Ondanks wat voor formeel contract dan ook.
Oké? Oké. Deal. Afgesproken. Bij deze.
Nee, lekker. Ben je bij regel 9, en dan kom ik nog eens met 8 ‘regeltjes’. En ja: dat klopt. Maar dat moet even. Zodat je later niet kan zeggen dat ik je niet gewaarschuwd heb.
Geld op zich interesseert me niet. Niks. Nada. Nul. Alleen de waarde en de waardering die geld uitdrukt, interesseert me wél.
Daarnaast: ik ben geen urenschrijver. Wel geweest, ooit. Maar ook al láng mee gestopt. Ik geloof er niet in. Anders was ik boekhouder geworden, namelijk (trouwens, dat hele uurtje/factuurtje-model – dat was in 1985 natuurlijk al achterhaald).
Ik werk dus niet op uurbasis, dat zegt niks. Dat weet jij ook. Ik kan heel veel uren maken met een laag tarief, heel veel zelfs, of heel weinig met een hoog tarief. Heel hoog, zo je wil. Het gaat er uiteindelijk vooral om wat je krijgt en wat je onder aan de streep betaalt.
Niet meer, niet minder.
Maar wat dan wel? Hoe zit mijn verdienmodel in elkaar? Zoals over alles, ben ik eerlijk en open. Dus ook: over mijn prijzen. Vooraf. Zodat je achteraf nog steeds heel goed weet waar je aan begon.
Mijn tijd is ongeveer 5 euro waard. Per minuut, wel te verstaan. Dat is dus ongeveer 300 euro per uur. En dat maakt weer 2.500,00 euro per dag (ik rond altijd af naar boven, dan weet je dat vast).
Dat is voor een ‘Denk-dag’ – dus voor datgene dat ik het beste kan. En het liefste doe. Daarnaast moet er ook weleens wat gedaan worden, natuurlijk. Liefst zo min mogelijk, maar ja: anders blijven al die ideeën ook zo in de lucht hangen. Zonde, natuurlijk. Een ‘Doe-dag’ kost bij mij de helft van een ‘Denk-dag’, dus 1.250,00.
Je kunt het hier allemaal nog eens rustig nalezen, als je wilt.
En oh ja, even ‘een stukje’ verwachtingsmanagement: in de regel moet je rekenen op ongeveer 10 tot 20K. Dan kan je weer even vooruit.
Heb je er nog zin in? Of er geld genoeg voor (over)?