Zo. Nee, joh.

Dus ik ga zitten, puur en alleen voor een baardtrim, en daar komt het: “Wie heeft je haar gedaan? Heb je het zelf gedaan? Nee? Oh, en moest je er ook nog voor betalen, dan?”

De toon is gezet. Nadat ik zelf gisteren dacht niet onaardig geknipt te zijn, blijk ik eigenlijk geknipt en geschoren. Daar zit ik, met mijn fucking strakke lok en bijgewerkte undercut, dacht ik, waar Paul Anderson nog een puntje aan kan zuigen. Maar meneer vindt het maar niks.

Er wordt een spiegeltje bijgehaald, en hij begint: “Kijk, man, die happen. Die plekken. Dat kan toch niet? Absolute rommel, ik werk het wel eerst even bij, voordat ik aan de baard begin. Dit kan echt niet zo. En nee: ik reken niks”.

Op mijn angstkreet of hij alsjeblieft niet aan de lok wil komen omdat ik het weer ga laten groeien, kijkt-ie me meewarig aan. “Natuurlijk niet, man, dat snap ik toch?” Een kleine 20 minuten sta ik doodsangsten uit – mijn haar is mijn Achilleshiel, het is alles dat ik nog heb.

Ik hoor de tondeuse overuren maken op plekken waarvan ik niet eens meer wist dat er nog haar kon zitten. Maar dat is niet genoeg, kennelijk. Ook de schaar komt er nog aan te pas. Ik besluit mijn lot te accepteren.

Dan komt de baard. Resoluut wordt ik achterover gedrukt. Ik hoop maar dat hij snapt dat ik ‘m wil laten groeien, maar durf niks meer te zeggen. 10 minuten later wordt ik rechtop gezet en mag ik in de spiegel kijken. Exáct, maar dan ook éxact hoe ik hem had willen briefen, maar waar ik de kans niet voor kreeg. Ik krijg nog een hele verhandeling over wat ik nu moet doen, als man met bitter weinig baardgroei, om te krijgen wat ik wil. De domme fouten die ik tot nu toe maakte, bedekt hij met de mantel der liefde.

Een vakman, pur sang. Iemand die houdt van zijn vak, en doet wat hij doet met 200% inzet. Ik hou daarvan. Je komt het zo zelden tegen.

Nadat ik besloten heb nooit meer ergens anders heen te gaan, komt-ie met een flesje baardolie. “Hier, neem maar mee, heb ik zelf gemaakt”. Waardoor ik opeens bij De Club hoor, en het gevoel heb een échte baard te hebben.

Marketing in z’n puurste vorm: het was namelijk niet eens om ‘iets te krijgen’, hij wilde het gewoon geven. Bij het afrekenen wijst hij me nog wel op de mogelijkheid om een Google recensie te geven. Maar zonder enige druk.

En dan mag ik hem meewarig aankijken. Daar komt mijn vak om de hoek kijken. Wat ook ik alleen maar uitoefen als ik er écht achter sta. En het kan doen op mijn manier.

Waarvan akte.

Tagged with →  

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen

 

Herbert filosofeert

Terug naar alle artikelen

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen

 

Zo. Nee, joh.

Dus ik ga zitten, puur en alleen voor een baardtrim, en daar komt het: “Wie heeft je haar gedaan? Heb je het zelf gedaan? Nee? Oh, en moest je er ook nog voor betalen, dan?”

De toon is gezet. Nadat ik zelf gisteren dacht niet onaardig geknipt te zijn, blijk ik eigenlijk geknipt en geschoren. Daar zit ik, met mijn fucking strakke lok en bijgewerkte undercut, dacht ik, waar Paul Anderson nog een puntje aan kan zuigen. Maar meneer vindt het maar niks.

Er wordt een spiegeltje bijgehaald, en hij begint: “Kijk, man, die happen. Die plekken. Dat kan toch niet? Absolute rommel, ik werk het wel eerst even bij, voordat ik aan de baard begin. Dit kan echt niet zo. En nee: ik reken niks”.

Op mijn angstkreet of hij alsjeblieft niet aan de lok wil komen omdat ik het weer ga laten groeien, kijkt-ie me meewarig aan. “Natuurlijk niet, man, dat snap ik toch?” Een kleine 20 minuten sta ik doodsangsten uit – mijn haar is mijn Achilleshiel, het is alles dat ik nog heb.

Ik hoor de tondeuse overuren maken op plekken waarvan ik niet eens meer wist dat er nog haar kon zitten. Maar dat is niet genoeg, kennelijk. Ook de schaar komt er nog aan te pas. Ik besluit mijn lot te accepteren.

Dan komt de baard. Resoluut wordt ik achterover gedrukt. Ik hoop maar dat hij snapt dat ik ‘m wil laten groeien, maar durf niks meer te zeggen. 10 minuten later wordt ik rechtop gezet en mag ik in de spiegel kijken. Exáct, maar dan ook éxact hoe ik hem had willen briefen, maar waar ik de kans niet voor kreeg. Ik krijg nog een hele verhandeling over wat ik nu moet doen, als man met bitter weinig baardgroei, om te krijgen wat ik wil. De domme fouten die ik tot nu toe maakte, bedekt hij met de mantel der liefde.

Een vakman, pur sang. Iemand die houdt van zijn vak, en doet wat hij doet met 200% inzet. Ik hou daarvan. Je komt het zo zelden tegen.

Nadat ik besloten heb nooit meer ergens anders heen te gaan, komt-ie met een flesje baardolie. “Hier, neem maar mee, heb ik zelf gemaakt”. Waardoor ik opeens bij De Club hoor, en het gevoel heb een échte baard te hebben.

Marketing in z’n puurste vorm: het was namelijk niet eens om ‘iets te krijgen’, hij wilde het gewoon geven. Bij het afrekenen wijst hij me nog wel op de mogelijkheid om een Google recensie te geven. Maar zonder enige druk.

En dan mag ik hem meewarig aankijken. Daar komt mijn vak om de hoek kijken. Wat ook ik alleen maar uitoefen als ik er écht achter sta. En het kan doen op mijn manier.

Waarvan akte.

Tagged with →  

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen