Mijn ideale klant.

Verwachtingsmanagement. Je kunt er niet genoeg aan doen. Zeker ik niet. Ik schreef er laatst hier nog over, maar hieronder zet ik het nog even helder uiteen. Dan kunnen we allebei van tevoren inschatten of het wat wordt. Of niet. Ook goed. Maar het scheelt in elk geval tijd. En daar kun je niet genoeg van hebben, tegenwoordig.

Ik hou van merken en mensen met lef. A-merken met goed geoutilleerde communicatie-afdelingen, maar een ingekakt reclamebureau. Ambitieuze MKB’ers die wereldberoemd willen worden en waar de oprichter(s) de touwtjes nog stevig in handen hebben, lekker mee-ondernemen. Instellingen, instanties, instituten die zich opnieuw moeten uitvinden maar niet geketend zijn door 300 totaal verschillende stake-holders. Starters met budget én een geniaal idee. Scale-ups die professioneel genoeg zijn om de waarde van branding & identity te snappen en bij performance niet alleen aan Google en CPS’s denken.

Kortom: alle professionals die van reclame houden, merken die fans willen en ondernemingen die groter willen groeien door hun nek uit te steken. Je moet houden van verbetering, verandering, verwondering en versnelling. Hieronder nog even wat specifieker. Ben je of ken je? Kom maar door.

Je bent een A-merk.

Da’s mooi. Gefeliciteerd. Dan heb je dus een brand book. En een strategie. Dan heb je waarschijnlijk ook je marketingcommunicatie-afdeling op orde. Allemaal professionele mensen die gestudeerd hebben. Het klappen van de zweep kennen. En aan wie ik niet hoef uit te leggen wat een (her)positionering is. Een propositie. Het verschil tussen een pay-off en een tag-line. Of dat je eerst een script moet schrijven, een idee moet bedenken dat alleen bij jullie past, voordat je de wereld overspeelt met allemaal content-reut.

Lijkt me heerlijk om met jullie samen te werken en campagnes te bedenken. Waar wacht je nog op?

Je bent ondernemer en wilt een A-merk worden.

Hou ik van: ondernemers. Die zelf nog (deels) aan het roer staan. Met hun poten in de modder, de mouwen opgestroopt. Hard voor weinig, maar aan het eind van de horizon staat die pot met goud. Waarschijnlijk heb je nog geen überprofessionele over overbemande of -bevrouwde marketingcommunicatie-afdeling, maar je snapt wel dat ik niet in mijn eentje die hele tent van je beroemd kan maken. Daar zijn ‘handjes’ voor nodig.

Je bent wel krankzinnig ambitieus, je houdt van risico’s en wijkt graag af van de gebaande paden. Logisch, anders was je wel in loondienst gebleven. Je hebt een unieke visie of een geniaal product en je omzet gaat in elk geval al richting de miljoen.

Zullen we het proberen, samen?

Je bent (of hebt) een bureau.

Leuk! Heb ik ook gehad. Een bureau. Drie zelfs. De eerste ging failliet (ik wist nog helemaal niet wat ondernemen was). De tweede heb ik goed verkocht aan Ogilvy. En de derde heb ik weggegeven – omdat ik het trucje wel doorhad.

Maar ik weet natuurlijk donders goed waar je mee te maken hebt en waar je tegenaan loopt. Los van het feit dat ik supersnel campagnes met jullie kan bedenken voor jullie klanten (heerlijk dat je allemaal account-mensen en projectmanagers hebt, ook), kan ik jullie junior-creatieven nog wat bijbrengen. En jullie een beetje door de barre tijden die dit vak nu kent loodsen.

Lijkt het je wat? I am in!

Liever niet:

Liever niet: (business) coaches, influencers, politieke partijen, branche-overstijgende & overkoepelende platforms met ambtelijke processen, spiriwiri gedoe, één-pitters, leiderschapstrainers of ondernemers die aankomen met producten of een gedachtengoed dat indruist tegen mijn kernwaarden en overtuigingen.

Koffie nog, iemand?

Wat doe ik wel en wat doe ik niet?

Wel belangrijk om te weten: ik ben een bedenker, geen maker. Een creative director, een regisseur. Ik ontwikkel, ik kan heel goed strategieën en concepten uitdenken. Ik kan het heel goed verkopen. Ik kan er goed over schrijven. Ik kan iedereen erin meenemen, de stip op de horizon laten zien. En ik kan anderen heel goed vertellen hoe ze het moeten doen en maken. Verder kan ik niks. Niks maken, niks designen, niks bouwen. Ik ga niet de operatie in, niet de implementatie. Moet je zelf doen of regelen.

En da’s maar goed ook, want daar zouden we beiden alleen maar diepongelukkig van worden.