Holy fuck.

Honderdzesentachtig comment’s op Facebook. Binnen een klein uurtje ook.

Omdat ik iets van de schoenen van minister Hugo de Jonge vind.

Nu krijg ik wel vaker reacties op wat ik allemaal vind, voel, deel of aanstip op ‘de socials’, maar deze had ik niet van links zien aankomen.

Ik schrok me kapot.

Blijkbaar waren er mensen die vonden dat ik uit de bocht vloog, en er niets van had moeten zeggen.

Maar: ik doe dat toch. En ik blijf het doen.

Net zoals ik de comment’s blijf beantwoorden, onder die post. Met respect, de discussie niet ontwijkend, en amechtig proberend de context van mijn opmerking wat beter te duiden. Want ja, ik snap dat die ontbrak.

Ik had ook de post kunnen verwijderen, en denken: “Nou, dat was lekker dom van Hoogdalem, volgende keer beter”, en stilletjes hopen dat ‘de menschen’ me de volgende keer wel weer leuk en aardig zouden vinden.

Maar: dat zou lafjes zijn. Als je de hele tijd een mening hebt, moet je ook de ballen hebben om er voor te blijven staan. Of de flexibiliteit hem bij te stellen. Of de grootheid om sorry te zeggen, als je er ècht naast zit.

Toch – het heeft me behoorlijk bezig gehouden. Om eerlijk te zijn: ik sliep er niet van.

En iets in mij zei dat ik het misschien in een groter perspectief moest gaan zien.

Gaat het om die schoenen? Welnee joh.

Gaat het om die man? Alsjeblieft niet.

Gaat het om die comment’s? Ook niet, natuurlijk.

Gaat het dan om mijn gelijk?
Driewerf neen.
Ik heb namelijk geen gelijk. Nooit niet. Niemand heeft gelijk, zeker nu niet.

Het gaat om iets Veel Groters. Het gaat er om dat ik het Even Niet Meer Weet.

Ja, het staat er echt.

Ik.
Weet.
Het.
Even.
Niet.
Meer.

Ik heb al drie dagen een lockdown. Maar dan in mijn hoofd.

Door dat fucking virus. Door die Corona-cellen die ons sinds een week gevangen houden, en een verwoestend spoor door de wereld trekken van dood, verderf, angst en paniek.

Goed, eerst even terug naar Hugo. Voordat ik verzink in het grotere filosofische plaatje.

Toen de beste man destijds op het bordes verscheen in zijn a-typische schoeisel bij de presentatie van het kabinet, gingen mijn haren al overeind. Ik maakte hem ooit mee als Wethouder Onderwijs in Rotterdam, in een zakelijke context dus, en rook onmiddellijk: “Jij zit hier helemaal niet voor de inhoud, maar voor je eigen carrière. Jij wilt naar dat Torentje, in Den Haag”.

Dat kan natuurlijk. Dat mag. En: dat type politieke dieren lukt het ook. Die krijgen altijd wat ze willen. Koste wat het kost.

Dat zien we nu maar weer, nu hij naast de Minister President staat, op zijn gesponsorde bordeelsluipers, onderdeel van zijn zorgvuldig gecreëerde ‘personal brand’, dat hij zelfs in stand wil houden als-ie zijn tragisch omgevallen voorganger geheel volgens protocol eerst de lucht in prijst (netjes, netjes), om vervolgens het slechte nieuws te brengen dat we niet meer naar onze opa’s en oma’s mogen in het verzorgingstehuis (en nee, dat valt niet mee, en nee: ik zou niet graag in zijn schoenen staan).

Ik vind er gewoon wat van.

Het beste werd het nog verwoord in een hart-onder-de-riem appje dat ik gisterenavond kreeg: “Ik lig me er eigenlijk vreselijk over op te winden. Noem het ongepast. Noem het een gebrek aan decorum. Noem het zelfs onfatsoenlijk. Maar noem het vooral respectloos naar de slachtoffers en de nabestaanden. Je zal maar je vader van 86 die vast van plan was om 100 te worden verloren hebben omdat hij verdronken is in zijn eigen longen, en niet bij zijn laatste ademtocht hebben kunnen zijn. En dan staat er zo’n pisvlek in een grauw verwassen witte herenslip op polka dot schoenen zijn verhaaltje te doen. Waarom? Omdat hij eigenlijk een bolletjestrui van de Tour de France aan wil? Of om een vrolijke noot toe te voegen aan het geheel, want humor moet kunnen? Respectloos”

Amen, zeg ik dan.

En ja, ik heb het niet zo op politici. Ik heb er van dichtbij genoeg mee gemaakt om er over te kunnen oordelen, en ik behoud me het recht voor om iets te vinden van de mensen die we zelf gekozen hebben. Het is niet mijn soort volk, ik kan slecht tegen het gedraai en het opportunisme en negen van de tien keer worden beslissingen genomen uit eigenbelang of gestoeld op de korte termijn, in plaats van dat het partijoverstijgend ten faveure van het duurzame landsbelang komt.

Betekent dat dat ik het beter weet? Nee, natuurlijk niet.

Betekent dat dat ik geen respect heb voor het werk wat ze doen?
Voor de ongelofelijke druk waaronder ze nu moeten opereren?
Voor de beslissingen die ze moeten nemen in een crisissituatie die ons verbeeldingsvermogen te boven gaat en voor de immens zware verantwoordelijkheid die je niemand toewenst?

Nee.

Sterker nog: ik heb er diep, diep respect voor. Zelfs voor Hugo.

En net als vele anderen vind ik het ongelofelijk knap hoe Rutte het nu doet. Ik ben in de regel geen fan van hem (to put it mildly), maar zijn tv-toespraak raakte me diep – niets dan lof voor hoe geweldig hij het deed. Ik heb een weergaloze hekel aan het holle woord ‘leiderschap’, maar als er iets in de buurt komt van wat dat zou kunnen betekenen, is het de manier waarop Mark nu de kudde leidt.

Ik vind het alleen een beetje raar dat we wél mogen vinden dat Klaas Dijkhoff een graaier is met zijn reiskosten in tijden dat er ‘niets aan de hand is’, maar niks mogen zeggen over Hugo’s schoenen als het land in oorlog is met een virus.

Goed. Terug naar het Grotere Plaatje.

Blijkbaar verbrak ik gisteren op Facebook de ‘sociale code’ van eenheid en gezamenlijkheid, en ging ik in tegen een natuurlijke beweging in tijden van nood: verbinding en eendracht.

En dat klopt. Ik voel namelijk geen verbinding.

Maar dan ook totaal niet.

Ik voel alleen maar afstand. Letterlijk. Al een dag of drie.

En ja, ik zie het allemaal. De prachtige pogingen. Van God (hoewel?) en de hele wereld. Alle initiatieven van iedereen om maar acties op te zetten. Want ook ik heb de eerste drie dagen 22 uur per dag volkomen wezenloos alle nieuwssites open gehad, alle twitterfeeds met de hashtag #corona in me opgezogen, de hele fucking dag verloren aan alle Facebook updates, totdat ik inzag dat het me geen steek verder brengt.

En voordat ik nu weer gesloopt wordt in de comment’s: ik vind die acties, die initiatieven, die inzet, die ideeën, die denktanks en dat ‘handen inéén slaan’ allemaal geweldig, hé? Dat dat even helder is. Het moet vooral ook doorgaan – zolang het tenminste geen halfslachtige pogingen zijn tot sales omdat niemand opeens meer werk heeft, want die zie ook (en jullie ook, hoop ik). Zolang het oprecht is, en de motivatie diep uit iemands hart komt, ben ik je man. Ook nu.

Maar.

Je klapt Corona niet de wereld uit.

Hard, maar waar.

Corona zorgt, zoals iedereen steeds overal schrijft, voor ‘Een Nieuwe Werkelijkheid’.

En ik weet helemaal niet of ik die wel zo leuk vind.

Dat virus brengt nogal wat teweeg. In het groot: in de samenleving, op het nieuws, op social media.

En ook in het klein: bij ons thuis. In onze plots sterk verkleinde wereld waarin we binnen 3 dagen opeens een heel ander leven moeten leiden, moeten zien in te richten met de riemen die we hebben. Waar opeens hele gezinnen 24 uur op elkaars lip zitten, en vaak geen idee hebben hoe ze daar mee om moeten gaan. Waar opeens (hoe geweldig!) online les geven wél kan, maar waar ook talloze onderhuidse spanningen ontstaan, of opeens aan de oppervlakte komen. Het is niet voor niets dat we opeens met z’n allen drie keer zoveel porno kijken.

Ik merk het ook aan een nog kleinere wereld. Die van mezelf.

Ik merk dat ik er meer last van heb dan ik voor mogelijk had gehouden.

Waar ik normaal gesproken helaas al continu in een ‘overlevingsstand’ sta, merk ik dat daar dus best nog een tandje bij kon.

Dat hakt er best in. Realiseer ik me nu pas.

Ja, ik lees ze ook allemaal. De prachtige en goedbedoelde tips over wat je allemaal kunt doen met ‘al die tijd die je opeens over hebt’.

Dat je eindelijk eens kan werken ‘aan je bedrijf’, in plaats van in je bedrijf.
Dat je eindelijk eens je kledingkast kan opruimen.
Dat je eindelijk weer eens je website kan bijwerken.
Dat je eindelijk eens die tuin kan aanpakken.
Dat je eindelijk eens een vreemde taal kan gaan leren, of kan ‘werken aan je skillset’ via één van de talloze online Academy’s.
Dat je eindelijk eens die stapel ongelezen boeken weg kan werken, of aan je eigen boek kan beginnen.

Wat nou ‘eindelijk’?

Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik heb helemaal geen tijd over. Sterker nog: dat fokking virus vréét tijd.

Ik ben de hele dag bezig met het uitzoeken welk ‘remote’ systeem het beste werkt voor mijn team, om toch de zaak door te laten draaien.
Ik ben de hele dag bezig met het huis netjes en leefbaar houden.
Ik ben de hele dag bezig met het verschuiven van afspraken, het regelen van de Google agenda in de ‘nieuwe werkelijkheid’, het inplannen van ‘calls’ en het accepteren van Zoom-uitnodigingen.
Ik ben de hele dag bezig met het bedenken van de volgende stap, en me aan het irriteren hoe ‘de nieuwe werkelijkheid’ me tegenhoudt daarbij.

En als ik daar niet mee bezig ben, is mijn hoofd wel bezig.

Of mijn hart verdrietig.

Dan mis ik het om naast mijn art-director te kunnen zitten, en tien keer sneller en met veel meer lol de pixels op dat scherm goed te krijgen.

Dan mis ik mijn partner en haar energie, waarmee in no-time een bureau uit de grond gestampt werd waarvan ik eindelijk dacht: “Hé, het is aan het lukken, zou ik het dan toch nog een keer kunnen, en weer plezier in dat werk gaan krijgen?”

Dan mis ik de sprankeling in de ogen van een klant, wanneer je live op je spatiebalk drukt en Dat Ene Geweldige Idee op die sheet verschijnt waar je vijf minuten lang naar toe praatte.

Dan mis ik mijn vrienden, en ga ik narrige appjes sturen in plaats van zeggen: “ik hou van je, en ik had je het liefst even geknuffeld”.

Dan kijk ik naar mijn dochtertje die uitgerekend in deze week afscheid zou nemen van haar geliefde opvang, de leidsters van wie ze zo is gaan houden, en zou gaan ‘proefdraaien’ op ‘de grote school’ – ze keek er al een jaar lang elke dag naar uit.

Dan mis ik het beeld van de nabije toekomst, dat ik de afgelopen maanden opeens zo helder voor me zag, en waar ik voor het eerst sinds lange tijd blij van werd.

Dan mis ik de mijlpalen op de routekaart die ik voor mezelf en mijn dierbaren had uitgestippeld, en waarin nu alleen maar een wirwar van paden te zien is waar je niet van weet waarheen ze leiden, en hoe lang die onbestemdheid nog gaat duren.

Dan mis ik de lol, de energie, het schaterlachen, de stromende ideeën, de magie van het fysieke samenzijn – de warmte van twee (of vier, of zes) zachte armen om je heen en een hart dat dicht tegen het mijne aan klopt.

En ja, ik weet dat ik niet de enige ben.
Ik weet dat ik niet (zo) moet zeiken.

Ik weet dat er mensen zijn die het vele malen zwaarder hebben dan ik.
Ik weet dat er mensen zijn, die dierbaren verliezen.
Ik weet dat er mensen zijn die hun ouders niet kunnen bezoeken, of hun opa en oma.
Ik weet dat er kinderen opgesloten zitten bij ouders die ze misbruiken.
Ik weet dat er mensen zijn die op sterven liggen.

En ja. Ik ben ook blij.

Dat de lucht in China weer schoon is, dat mensen daar weer eens kunnen zien dat de hemel eigenlijk adembenemend blauw is, in plaats van ademafsnijdend grijs.

Dat het water in de kanalen van Venetië weer helder is, dat je de vissen kunt zien zwemmen en dat er weer dolfijnen onderweg zijn.

Dat de ‘vitale beroepsgroepen’ eindelijk de erkenning krijgen die ze verdienen, vooral de mensen in de zorg.

Dat het virus onze waanzin stopt, en ons dwingt om terug te gaan naar de kern, naar Waar Het Nu Eigenlijk Allemaal Om Draait.

En ja.

Ik ben ook gevraagd als ‘thought leader’ (* kuch*) en zogenaamde ‘influencer’ om mijn visie op de toekomst te delen – er staan vandaag wel 3 interviews. Natuurlijk herpak ik me straks en ga ik bergen vol met positiviteit de wereld in slingeren.

En ja.

Er liggen prachtige projecten in een prachtig startend bedrijf, waarin we prachtige dingen voor elkaar kunnen boksen voor kinderen die Speciaal Onderwijs moeten volgen, voor nieuwe initiatieven in de zorg, of voor mooie mensen die kinderen meer buiten willen laten spelen. Natuurlijk zet ik straks mijn melancholie weer om magie, om die projecten op de best denkbare manier mogelijk de wereld in te slingeren.

En ja.

Er staat op mijn website ‘Voor alles is een oplossing. Altijd’, en staat dat er niet voor niks. Ik beschik over een onmetelijke veerkracht, heb voor hetere vuren gestaan, tel mijn zegeningen en ik weet dat deze nekslag uiteindelijk een lastige mug is die ik wegwuif en waar ik met veel meer kracht en ‘leiderschap’ uit ga komen – net als ongetwijfeld de rest van de wereld.

Maar soms ben ik ook gewoon verdrietig.

En.
Weet.
Ik.
Het.
Even.
Niet.
Meer.

Met nadruk op ‘even’.

Hou vol, lieve mensen.
Dan doe ik het ook.

Het komt ongetwijfeld Allemaal Goed.

Linksom. Rechtsom.

Op laarzen.
Op gympen.
Op sleehakken.
Op overdreven schoenen met bloemen.

Desnoods op blote voeten.

Tagged with →  

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen

 

Herbert filosofeert

Terug naar alle artikelen

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen

 

Holy fuck.

Honderdzesentachtig comment’s op Facebook. Binnen een klein uurtje ook.

Omdat ik iets van de schoenen van minister Hugo de Jonge vind.

Nu krijg ik wel vaker reacties op wat ik allemaal vind, voel, deel of aanstip op ‘de socials’, maar deze had ik niet van links zien aankomen.

Ik schrok me kapot.

Blijkbaar waren er mensen die vonden dat ik uit de bocht vloog, en er niets van had moeten zeggen.

Maar: ik doe dat toch. En ik blijf het doen.

Net zoals ik de comment’s blijf beantwoorden, onder die post. Met respect, de discussie niet ontwijkend, en amechtig proberend de context van mijn opmerking wat beter te duiden. Want ja, ik snap dat die ontbrak.

Ik had ook de post kunnen verwijderen, en denken: “Nou, dat was lekker dom van Hoogdalem, volgende keer beter”, en stilletjes hopen dat ‘de menschen’ me de volgende keer wel weer leuk en aardig zouden vinden.

Maar: dat zou lafjes zijn. Als je de hele tijd een mening hebt, moet je ook de ballen hebben om er voor te blijven staan. Of de flexibiliteit hem bij te stellen. Of de grootheid om sorry te zeggen, als je er ècht naast zit.

Toch – het heeft me behoorlijk bezig gehouden. Om eerlijk te zijn: ik sliep er niet van.

En iets in mij zei dat ik het misschien in een groter perspectief moest gaan zien.

Gaat het om die schoenen? Welnee joh.

Gaat het om die man? Alsjeblieft niet.

Gaat het om die comment’s? Ook niet, natuurlijk.

Gaat het dan om mijn gelijk?
Driewerf neen.
Ik heb namelijk geen gelijk. Nooit niet. Niemand heeft gelijk, zeker nu niet.

Het gaat om iets Veel Groters. Het gaat er om dat ik het Even Niet Meer Weet.

Ja, het staat er echt.

Ik.
Weet.
Het.
Even.
Niet.
Meer.

Ik heb al drie dagen een lockdown. Maar dan in mijn hoofd.

Door dat fucking virus. Door die Corona-cellen die ons sinds een week gevangen houden, en een verwoestend spoor door de wereld trekken van dood, verderf, angst en paniek.

Goed, eerst even terug naar Hugo. Voordat ik verzink in het grotere filosofische plaatje.

Toen de beste man destijds op het bordes verscheen in zijn a-typische schoeisel bij de presentatie van het kabinet, gingen mijn haren al overeind. Ik maakte hem ooit mee als Wethouder Onderwijs in Rotterdam, in een zakelijke context dus, en rook onmiddellijk: “Jij zit hier helemaal niet voor de inhoud, maar voor je eigen carrière. Jij wilt naar dat Torentje, in Den Haag”.

Dat kan natuurlijk. Dat mag. En: dat type politieke dieren lukt het ook. Die krijgen altijd wat ze willen. Koste wat het kost.

Dat zien we nu maar weer, nu hij naast de Minister President staat, op zijn gesponsorde bordeelsluipers, onderdeel van zijn zorgvuldig gecreëerde ‘personal brand’, dat hij zelfs in stand wil houden als-ie zijn tragisch omgevallen voorganger geheel volgens protocol eerst de lucht in prijst (netjes, netjes), om vervolgens het slechte nieuws te brengen dat we niet meer naar onze opa’s en oma’s mogen in het verzorgingstehuis (en nee, dat valt niet mee, en nee: ik zou niet graag in zijn schoenen staan).

Ik vind er gewoon wat van.

Het beste werd het nog verwoord in een hart-onder-de-riem appje dat ik gisterenavond kreeg: “Ik lig me er eigenlijk vreselijk over op te winden. Noem het ongepast. Noem het een gebrek aan decorum. Noem het zelfs onfatsoenlijk. Maar noem het vooral respectloos naar de slachtoffers en de nabestaanden. Je zal maar je vader van 86 die vast van plan was om 100 te worden verloren hebben omdat hij verdronken is in zijn eigen longen, en niet bij zijn laatste ademtocht hebben kunnen zijn. En dan staat er zo’n pisvlek in een grauw verwassen witte herenslip op polka dot schoenen zijn verhaaltje te doen. Waarom? Omdat hij eigenlijk een bolletjestrui van de Tour de France aan wil? Of om een vrolijke noot toe te voegen aan het geheel, want humor moet kunnen? Respectloos”

Amen, zeg ik dan.

En ja, ik heb het niet zo op politici. Ik heb er van dichtbij genoeg mee gemaakt om er over te kunnen oordelen, en ik behoud me het recht voor om iets te vinden van de mensen die we zelf gekozen hebben. Het is niet mijn soort volk, ik kan slecht tegen het gedraai en het opportunisme en negen van de tien keer worden beslissingen genomen uit eigenbelang of gestoeld op de korte termijn, in plaats van dat het partijoverstijgend ten faveure van het duurzame landsbelang komt.

Betekent dat dat ik het beter weet? Nee, natuurlijk niet.

Betekent dat dat ik geen respect heb voor het werk wat ze doen?
Voor de ongelofelijke druk waaronder ze nu moeten opereren?
Voor de beslissingen die ze moeten nemen in een crisissituatie die ons verbeeldingsvermogen te boven gaat en voor de immens zware verantwoordelijkheid die je niemand toewenst?

Nee.

Sterker nog: ik heb er diep, diep respect voor. Zelfs voor Hugo.

En net als vele anderen vind ik het ongelofelijk knap hoe Rutte het nu doet. Ik ben in de regel geen fan van hem (to put it mildly), maar zijn tv-toespraak raakte me diep – niets dan lof voor hoe geweldig hij het deed. Ik heb een weergaloze hekel aan het holle woord ‘leiderschap’, maar als er iets in de buurt komt van wat dat zou kunnen betekenen, is het de manier waarop Mark nu de kudde leidt.

Ik vind het alleen een beetje raar dat we wél mogen vinden dat Klaas Dijkhoff een graaier is met zijn reiskosten in tijden dat er ‘niets aan de hand is’, maar niks mogen zeggen over Hugo’s schoenen als het land in oorlog is met een virus.

Goed. Terug naar het Grotere Plaatje.

Blijkbaar verbrak ik gisteren op Facebook de ‘sociale code’ van eenheid en gezamenlijkheid, en ging ik in tegen een natuurlijke beweging in tijden van nood: verbinding en eendracht.

En dat klopt. Ik voel namelijk geen verbinding.

Maar dan ook totaal niet.

Ik voel alleen maar afstand. Letterlijk. Al een dag of drie.

En ja, ik zie het allemaal. De prachtige pogingen. Van God (hoewel?) en de hele wereld. Alle initiatieven van iedereen om maar acties op te zetten. Want ook ik heb de eerste drie dagen 22 uur per dag volkomen wezenloos alle nieuwssites open gehad, alle twitterfeeds met de hashtag #corona in me opgezogen, de hele fucking dag verloren aan alle Facebook updates, totdat ik inzag dat het me geen steek verder brengt.

En voordat ik nu weer gesloopt wordt in de comment’s: ik vind die acties, die initiatieven, die inzet, die ideeën, die denktanks en dat ‘handen inéén slaan’ allemaal geweldig, hé? Dat dat even helder is. Het moet vooral ook doorgaan – zolang het tenminste geen halfslachtige pogingen zijn tot sales omdat niemand opeens meer werk heeft, want die zie ook (en jullie ook, hoop ik). Zolang het oprecht is, en de motivatie diep uit iemands hart komt, ben ik je man. Ook nu.

Maar.

Je klapt Corona niet de wereld uit.

Hard, maar waar.

Corona zorgt, zoals iedereen steeds overal schrijft, voor ‘Een Nieuwe Werkelijkheid’.

En ik weet helemaal niet of ik die wel zo leuk vind.

Dat virus brengt nogal wat teweeg. In het groot: in de samenleving, op het nieuws, op social media.

En ook in het klein: bij ons thuis. In onze plots sterk verkleinde wereld waarin we binnen 3 dagen opeens een heel ander leven moeten leiden, moeten zien in te richten met de riemen die we hebben. Waar opeens hele gezinnen 24 uur op elkaars lip zitten, en vaak geen idee hebben hoe ze daar mee om moeten gaan. Waar opeens (hoe geweldig!) online les geven wél kan, maar waar ook talloze onderhuidse spanningen ontstaan, of opeens aan de oppervlakte komen. Het is niet voor niets dat we opeens met z’n allen drie keer zoveel porno kijken.

Ik merk het ook aan een nog kleinere wereld. Die van mezelf.

Ik merk dat ik er meer last van heb dan ik voor mogelijk had gehouden.

Waar ik normaal gesproken helaas al continu in een ‘overlevingsstand’ sta, merk ik dat daar dus best nog een tandje bij kon.

Dat hakt er best in. Realiseer ik me nu pas.

Ja, ik lees ze ook allemaal. De prachtige en goedbedoelde tips over wat je allemaal kunt doen met ‘al die tijd die je opeens over hebt’.

Dat je eindelijk eens kan werken ‘aan je bedrijf’, in plaats van in je bedrijf.
Dat je eindelijk eens je kledingkast kan opruimen.
Dat je eindelijk weer eens je website kan bijwerken.
Dat je eindelijk eens die tuin kan aanpakken.
Dat je eindelijk eens een vreemde taal kan gaan leren, of kan ‘werken aan je skillset’ via één van de talloze online Academy’s.
Dat je eindelijk eens die stapel ongelezen boeken weg kan werken, of aan je eigen boek kan beginnen.

Wat nou ‘eindelijk’?

Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik heb helemaal geen tijd over. Sterker nog: dat fokking virus vréét tijd.

Ik ben de hele dag bezig met het uitzoeken welk ‘remote’ systeem het beste werkt voor mijn team, om toch de zaak door te laten draaien.
Ik ben de hele dag bezig met het huis netjes en leefbaar houden.
Ik ben de hele dag bezig met het verschuiven van afspraken, het regelen van de Google agenda in de ‘nieuwe werkelijkheid’, het inplannen van ‘calls’ en het accepteren van Zoom-uitnodigingen.
Ik ben de hele dag bezig met het bedenken van de volgende stap, en me aan het irriteren hoe ‘de nieuwe werkelijkheid’ me tegenhoudt daarbij.

En als ik daar niet mee bezig ben, is mijn hoofd wel bezig.

Of mijn hart verdrietig.

Dan mis ik het om naast mijn art-director te kunnen zitten, en tien keer sneller en met veel meer lol de pixels op dat scherm goed te krijgen.

Dan mis ik mijn partner en haar energie, waarmee in no-time een bureau uit de grond gestampt werd waarvan ik eindelijk dacht: “Hé, het is aan het lukken, zou ik het dan toch nog een keer kunnen, en weer plezier in dat werk gaan krijgen?”

Dan mis ik de sprankeling in de ogen van een klant, wanneer je live op je spatiebalk drukt en Dat Ene Geweldige Idee op die sheet verschijnt waar je vijf minuten lang naar toe praatte.

Dan mis ik mijn vrienden, en ga ik narrige appjes sturen in plaats van zeggen: “ik hou van je, en ik had je het liefst even geknuffeld”.

Dan kijk ik naar mijn dochtertje die uitgerekend in deze week afscheid zou nemen van haar geliefde opvang, de leidsters van wie ze zo is gaan houden, en zou gaan ‘proefdraaien’ op ‘de grote school’ – ze keek er al een jaar lang elke dag naar uit.

Dan mis ik het beeld van de nabije toekomst, dat ik de afgelopen maanden opeens zo helder voor me zag, en waar ik voor het eerst sinds lange tijd blij van werd.

Dan mis ik de mijlpalen op de routekaart die ik voor mezelf en mijn dierbaren had uitgestippeld, en waarin nu alleen maar een wirwar van paden te zien is waar je niet van weet waarheen ze leiden, en hoe lang die onbestemdheid nog gaat duren.

Dan mis ik de lol, de energie, het schaterlachen, de stromende ideeën, de magie van het fysieke samenzijn – de warmte van twee (of vier, of zes) zachte armen om je heen en een hart dat dicht tegen het mijne aan klopt.

En ja, ik weet dat ik niet de enige ben.
Ik weet dat ik niet (zo) moet zeiken.

Ik weet dat er mensen zijn die het vele malen zwaarder hebben dan ik.
Ik weet dat er mensen zijn, die dierbaren verliezen.
Ik weet dat er mensen zijn die hun ouders niet kunnen bezoeken, of hun opa en oma.
Ik weet dat er kinderen opgesloten zitten bij ouders die ze misbruiken.
Ik weet dat er mensen zijn die op sterven liggen.

En ja. Ik ben ook blij.

Dat de lucht in China weer schoon is, dat mensen daar weer eens kunnen zien dat de hemel eigenlijk adembenemend blauw is, in plaats van ademafsnijdend grijs.

Dat het water in de kanalen van Venetië weer helder is, dat je de vissen kunt zien zwemmen en dat er weer dolfijnen onderweg zijn.

Dat de ‘vitale beroepsgroepen’ eindelijk de erkenning krijgen die ze verdienen, vooral de mensen in de zorg.

Dat het virus onze waanzin stopt, en ons dwingt om terug te gaan naar de kern, naar Waar Het Nu Eigenlijk Allemaal Om Draait.

En ja.

Ik ben ook gevraagd als ‘thought leader’ (* kuch*) en zogenaamde ‘influencer’ om mijn visie op de toekomst te delen – er staan vandaag wel 3 interviews. Natuurlijk herpak ik me straks en ga ik bergen vol met positiviteit de wereld in slingeren.

En ja.

Er liggen prachtige projecten in een prachtig startend bedrijf, waarin we prachtige dingen voor elkaar kunnen boksen voor kinderen die Speciaal Onderwijs moeten volgen, voor nieuwe initiatieven in de zorg, of voor mooie mensen die kinderen meer buiten willen laten spelen. Natuurlijk zet ik straks mijn melancholie weer om magie, om die projecten op de best denkbare manier mogelijk de wereld in te slingeren.

En ja.

Er staat op mijn website ‘Voor alles is een oplossing. Altijd’, en staat dat er niet voor niks. Ik beschik over een onmetelijke veerkracht, heb voor hetere vuren gestaan, tel mijn zegeningen en ik weet dat deze nekslag uiteindelijk een lastige mug is die ik wegwuif en waar ik met veel meer kracht en ‘leiderschap’ uit ga komen – net als ongetwijfeld de rest van de wereld.

Maar soms ben ik ook gewoon verdrietig.

En.
Weet.
Ik.
Het.
Even.
Niet.
Meer.

Met nadruk op ‘even’.

Hou vol, lieve mensen.
Dan doe ik het ook.

Het komt ongetwijfeld Allemaal Goed.

Linksom. Rechtsom.

Op laarzen.
Op gympen.
Op sleehakken.
Op overdreven schoenen met bloemen.

Desnoods op blote voeten.

Tagged with →  

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen