Ik weet het, ik weet het.

Het is het meest zinloze dat je kunt doen.

Omkijken.

Of erger nog: ergens spijt van hebben.

Van een niet genomen afslag, een keuze die je beter niet had kunnen maken, een beslissing die achteraf op z’n minst discutabel is of een pad dat je niet insloeg omdat je in je broek scheet. En niet beter wist, of zo.

Ook daar moet je dan mee dealen.

Want niet kiezen, is ook kiezen.

Of: dan kiest het leven gewoon lekker voor jou.

En nee. Hoewel veel bewogen (zou ook aan elkaar geschreven kunnen staan), heb ik nergens spijt van.

Alles is goed zoals het is.

Er is geen wroeging.

Geen oordeel.

Geen vertwijfeling.

Geen gegrien.

Geen zelfverwijt.

En zelfs geen schaamte – ondanks alles wat God verboden had. Ook aan mij.

Geen ‘had ik maar’ of ‘was ik maar’.

Geen haren op mijn hoofd, waar ik niet aan dacht. Of die ik er uitgetrokken heb.

Er is heus weleens verdriet. Dat wel.

Zo’n zuchtje wind, je kent het wel, dat langs een nog open en verse schaafwond glijdt.

Maar hoe ouder ik word, en hoe meer ik ga begrijpen, hoe milder ik daar naar kan kijken.

En de laatste tijd zelfs: mee om kan gaan.

Je deed wat je kon. Met wat je toen wist.

Correctie: ik deed wat ik kon, met wat ik toen wist (beetje makkelijk om nu opeens over te gaan op algemeenheden).

Kort en goed. Het is Goed.

Zo.

Er is rijkdom. In mijn hart.

Er is nazaat waar ik trots op ben, en dat ik een betere start gun – ook al pakte dat nu al niet altijd uit zoals ‘Het Plaatje’ voorschrijft.

En er zijn gelukkig nog vele dromen, talloze doelen die nog niet bereikt zijn (en hun wegen daarnaar toe), er is een hoop talent, en ligt nog veel te veel (en veel te lang) ongebruikt potentieel.

Er ‘moet’ nog dringend getoverd worden, de komende decennia. In wat voor vorm dan ook.

Maar soms, heel soms, krijg ik weleens zo’n steek. In mijn buik.

Een flard. Een geur. Een tinteling, diep vanuit mijn ruggengraat – zo naar de solar plexus. Die zich daar even gezellig nestelt. En vraagt om aandacht.

Melancholie heet dat.

Of: weemoed. Wat met name in dit geval een veel beter woord is, want: een Germanisme.

Net als ‘heimwee’. Waar het ook iets van weg heeft.

Bij mij komt dat meestal omdat ik dan mijn gebruikelijke playlist tijdelijk even zat ben. Die vol staat met dance, en deep house, waar ik een bloedhekel aan heb. Maar ja, het schrijft zo lekker, dat ‘niksige’, waarbij je niet naar teksten hoeft te luisteren, en ‘de beat’ met je aan de haal gaat, het tempo aangeeft waarop je vingers over de toetsen gaan.

Dan ga ik soms een beetje zoeken. Naar het eerste dat in me opkomt.

Vanochtend was dat ‘Nena’. Heel gek.

Ja, als 15-jarige puber was ze niet uit mijn gedachten te slaan. Als een hopeloos verliefde knaap, nog kletsnat achter mijn oren, dweepte ik met haar door mijn Rijam agenda – de enige foto waar ik geen snorretje op tekende als ik me verveelde. Wat best vaak was.

Maar, ik dwaal af. Nena, dus. Vanochtend.

Die, zo bleek, ook ooit één album maakte Met Alleen Maar Mooie Liedjes. Vrij zeldzaam zo’n album, dat weten we allemaal.

En zelfs daar springen er nog twee uit. Waarvan ik maar niet weet welke me nu het meeste raakt.

Liebe ist…’ omdat-ie zo hoopgevend is.

Of ‘Neues Land…’, omdat het elke hoop de grond in boort. Realistischer is. Meer bombast en drama kent, wat vandaag wat beter bij me past. En morgen waarschijnlijk ook. En die dag erna. En die dag.. enfin.

Met een samengetrokken maag, een happende beweging naar lucht (heel even maar, hoor), dacht ik.

Terug.

Aan een jaar of 25 geleden.

Waarbij ik zomaar in Duitsland had kunnen blijven hangen.

Het scheelde een haar. Nog niet eens. Een blonde, ja.

Maar ja.

Je deed wat je kon. Met wat je toen wist.

Of wat je niet kon. Met wat je allemaal nog helemaal niet wist.

Hoe zou het..?

Was ik dan nu..?

Had ik wellicht…?

Zinloos. Ik zei het al.

Maar soms: wel lekker. Twee, drie seconden. Totdat het pijn gaat doen.

En je weer bij de les komt. Doe maar gewoon. Dan doe je al gek genoeg. Schrijf er maar ‘een stukkie’ over, dan gaat het vast wel weer over. Jongen.

In het Spaans komt ‘Duende’ het dichtst bij: de ‘Dubbeldag’. Ik schreef er hier ooit al eens eerder over.

En in het Duits kunnen ze het überhaupt veel mooier verwoorden: ‘Schmerz’.

In het woord alleen al, voel je dat scherpe zuchtje langs die verse wond.

Heel even. Want wat geweest is, is geweest.

Over.

Uit.

Gone with the wind.

Finito.

Basta.

-.-

Schluss.

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen

 

Ik weet het, ik weet het.

Het is het meest zinloze dat je kunt doen.

Omkijken.

Of erger nog: ergens spijt van hebben.

Van een niet genomen afslag, een keuze die je beter niet had kunnen maken, een beslissing die achteraf op z’n minst discutabel is of een pad dat je niet insloeg omdat je in je broek scheet. En niet beter wist, of zo.

Ook daar moet je dan mee dealen.

Want niet kiezen, is ook kiezen.

Of: dan kiest het leven gewoon lekker voor jou.

En nee. Hoewel veel bewogen (zou ook aan elkaar geschreven kunnen staan), heb ik nergens spijt van.

Alles is goed zoals het is.

Er is geen wroeging.

Geen oordeel.

Geen vertwijfeling.

Geen gegrien.

Geen zelfverwijt.

En zelfs geen schaamte – ondanks alles wat God verboden had. Ook aan mij.

Geen ‘had ik maar’ of ‘was ik maar’.

Geen haren op mijn hoofd, waar ik niet aan dacht. Of die ik er uitgetrokken heb.

Er is heus weleens verdriet. Dat wel.

Zo’n zuchtje wind, je kent het wel, dat langs een nog open en verse schaafwond glijdt.

Maar hoe ouder ik word, en hoe meer ik ga begrijpen, hoe milder ik daar naar kan kijken.

En de laatste tijd zelfs: mee om kan gaan.

Je deed wat je kon. Met wat je toen wist.

Correctie: ik deed wat ik kon, met wat ik toen wist (beetje makkelijk om nu opeens over te gaan op algemeenheden).

Kort en goed. Het is Goed.

Zo.

Er is rijkdom. In mijn hart.

Er is nazaat waar ik trots op ben, en dat ik een betere start gun – ook al pakte dat nu al niet altijd uit zoals ‘Het Plaatje’ voorschrijft.

En er zijn gelukkig nog vele dromen, talloze doelen die nog niet bereikt zijn (en hun wegen daarnaar toe), er is een hoop talent, en ligt nog veel te veel (en veel te lang) ongebruikt potentieel.

Er ‘moet’ nog dringend getoverd worden, de komende decennia. In wat voor vorm dan ook.

Maar soms, heel soms, krijg ik weleens zo’n steek. In mijn buik.

Een flard. Een geur. Een tinteling, diep vanuit mijn ruggengraat – zo naar de solar plexus. Die zich daar even gezellig nestelt. En vraagt om aandacht.

Melancholie heet dat.

Of: weemoed. Wat met name in dit geval een veel beter woord is, want: een Germanisme.

Net als ‘heimwee’. Waar het ook iets van weg heeft.

Bij mij komt dat meestal omdat ik dan mijn gebruikelijke playlist tijdelijk even zat ben. Die vol staat met dance, en deep house, waar ik een bloedhekel aan heb. Maar ja, het schrijft zo lekker, dat ‘niksige’, waarbij je niet naar teksten hoeft te luisteren, en ‘de beat’ met je aan de haal gaat, het tempo aangeeft waarop je vingers over de toetsen gaan.

Dan ga ik soms een beetje zoeken. Naar het eerste dat in me opkomt.

Vanochtend was dat ‘Nena’. Heel gek.

Ja, als 15-jarige puber was ze niet uit mijn gedachten te slaan. Als een hopeloos verliefde knaap, nog kletsnat achter mijn oren, dweepte ik met haar door mijn Rijam agenda – de enige foto waar ik geen snorretje op tekende als ik me verveelde. Wat best vaak was.

Maar, ik dwaal af. Nena, dus. Vanochtend.

Die, zo bleek, ook ooit één album maakte Met Alleen Maar Mooie Liedjes. Vrij zeldzaam zo’n album, dat weten we allemaal.

En zelfs daar springen er nog twee uit. Waarvan ik maar niet weet welke me nu het meeste raakt.

Liebe ist…’ omdat-ie zo hoopgevend is.

Of ‘Neues Land…’, omdat het elke hoop de grond in boort. Realistischer is. Meer bombast en drama kent, wat vandaag wat beter bij me past. En morgen waarschijnlijk ook. En die dag erna. En die dag.. enfin.

Met een samengetrokken maag, een happende beweging naar lucht (heel even maar, hoor), dacht ik.

Terug.

Aan een jaar of 25 geleden.

Waarbij ik zomaar in Duitsland had kunnen blijven hangen.

Het scheelde een haar. Nog niet eens. Een blonde, ja.

Maar ja.

Je deed wat je kon. Met wat je toen wist.

Of wat je niet kon. Met wat je allemaal nog helemaal niet wist.

Hoe zou het..?

Was ik dan nu..?

Had ik wellicht…?

Zinloos. Ik zei het al.

Maar soms: wel lekker. Twee, drie seconden. Totdat het pijn gaat doen.

En je weer bij de les komt. Doe maar gewoon. Dan doe je al gek genoeg. Schrijf er maar ‘een stukkie’ over, dan gaat het vast wel weer over. Jongen.

In het Spaans komt ‘Duende’ het dichtst bij: de ‘Dubbeldag’. Ik schreef er hier ooit al eens eerder over.

En in het Duits kunnen ze het überhaupt veel mooier verwoorden: ‘Schmerz’.

In het woord alleen al, voel je dat scherpe zuchtje langs die verse wond.

Heel even. Want wat geweest is, is geweest.

Over.

Uit.

Gone with the wind.

Finito.

Basta.

-.-

Schluss.

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen