“Iets voor elkaar kunnen betekenen – kent u die uitdrukking?” (met dank aan dominee Gremdaat).

Ik vind het één van de meest onzinnige, onnodige en soms zelfs beledigende platitudes die ik ken. En ik word er dagelijks een keer of 10, 15 mee doodgegooid.

Of lastiggevallen.

Mensen die deze uitdrukking gebruiken, weten vaak helemaal niet wat ze er nu werkelijk mee bedoelen, en gebruiken het een beetje lukraak. In het wilde weg.

Net als mensen die de hele tijd zeggen “…Ik heb echt zoiets van…”, wat ook een tijdje in zwang was. Ongetwijfeld overgewaaid vanuit het Amerikaanse Engels: “… I was like…” Dodelijk vermoeiend, zeker voor een autist als ik. Die (bijna) alles letterlijk neemt, dus in de war raakt.

Ik dacht dan altijd: “Héb je nu iets, … vind je nu iets, … heb je ergens een gevoel over, … heb je een duidelijke mening? Wat is nu je punt, concreet, in hoeverre is het je eigen mening, hoe goed heb je er over nagedacht en hoe hard maak je je daarvoor?”

Goed, ik dwaal af.

Terug naar dat prachtige zinnetje “Misschien kunnen we iets voor elkaar betekenen?” waarvan de individuele woorden zó waar en mooi zijn dat je ze bijna onmiddellijk gelooft. Zeker als je – zoals ik – ook nog een beelddenker bent, dus ook het woordbeeld ziet, het ritme van de letters bijna in je hart voelt, maar waarvan het gros dus eigenlijk niet goed weet wat ze ermee zegt.

Of wel: en dan betekent dat vaak juist niet ‘voor elkaar’, maar ‘voor mij‘.

Sta me toe jullie even mee te nemen naar Barcelona, het jaar des Heren 2003. Ik was helemaal klaar met ‘de reclamewereld’ en dacht mijn rust te vinden door te gaan wonen in één van de meest bruisende metropolen ter wereld. Aan het strand, ook nog.

Not, dus.

Goed idee, op zich. Maar: aan de executie schortte het een en ander. Vertel ik nog weleens.

Maar goed: ik zie me nog staan op een ochtend, ongetwijfeld licht brak en wankel, in mijn vakantievilla in Sitges, terwijl ik een mailtje kreeg.

Van ‘ene’ LinkedIn.

(?)

Een nieuwe ‘tool’, gebaseerd op de theorie van Six Degrees Of Separationvan de Hongaar Frigyes Karinthy. Of ik ook een account wilde maken, en mijn emailadresboek wilde uploaden.

Geïntrigeerd door het mailtje, de theorie en sowieso de opkomst van het internet destijds (we hebben het over 18 jaar geleden, hé… ik voelde de grootsheid aan mogelijkheden toen al wel, en zag verre horizonten van zaken die we nu heel normaal vinden – jaja… ‘opa vertelt’, ik weet het), deed ik dat natuurlijk.

Ik was best verbaasd. Te zien hoeveel mensen ik eigenlijk kende, en hoeveel van die mensen weer mensen kenden die ik ook weer kende.

En dat is precies mijn punt: ik kénde die mensen ook echt. En die mensen die zij kenden. Dus niet: ‘half’. Niet ‘vaag’. En niet ‘via-via’. Nee: ik kende ze als mensen van vlees en bloed, die ik, ondanks dat ze ‘oppopten’ omdat ze toevallig een emailadres hadden, ooit de hand had geschud. In de ogen had gekeken. Gevoeld had hoe hun energie was. En belangrijker nog: met wie ik dus ook gewerkt had.

Tot dat moment was ik nooit zo bezig geweest met ‘netwerken’. Ik wist niet eens wat het betekende. Ik verkeerde in de gelukkige positie dat ik geen borrels hoefde af te lopen met een opgespeld naamkaartje om gezien te worden en aan werk te komen. En als ik wel in die positie had gezeten, had ik dat ongetwijfeld ook niet gedaan – bewaar me!

‘Netwerken’ voor mij was gewoon: de mensen met wie je een fijne klik had, die ook nog eens topwerk afleverden, die jou begrepen, die je altijd blindelings kon vragen en vertrouwen, op wie je altijd kon rekenen, dichtbij je te houden. Aandacht te geven. Je waardering te tonen. Het was geen ‘activiteit’, of een ‘skill’. Het was (en is) gewoon mijn tweede natuur. Misschien zelfs mijn eerste wel.

Die natuur ging al zolang ik me kon herinneren haar eigen gang – zo gaat dat met ‘naturen’.

Ik keek – en kijk – altijd naar verbindingen die anderen niet zien, ik denk in mogelijkheden, ik hou van potentie, en ik wil die constant koppelen, gebruik van elkaar laten maken, mensen blij maken door elkaar te (laten) ontmoeten en bij elkaar aan tafel te zetten. Daar is niks moeilijks aan. Dat ‘gaat’ gewoon, zo.

Door… af en toe – zomaar – oprecht te vragen hoe het gaat, je te verdiepen in ‘de ander zijn of haar’ omstandigheden, te kijken of je wellicht ergens pro-actief kunt helpen, van dienst kan zijn of ze soms een klus door te schuiven waarvan je wist: “die verkloten ze niet, daar zijn ze blij mee, daar zitten ze op te wachten, ze weten dat het via mij komt dus kijken ze wel 3 x uit, en vooral: dat zit goed bij die persoon – dat is de beste op dat specifieke vakgebied die ik nu zou kunnen en willen aanraden”. Je wist ook: zouden ze het wel verprutsen, dan lagen jouw eigen naam en reputatie op het hakblok. Dat wilde je toen al niet, en nu al helemaal niet.

LinkedIn is heel lang zo’n soort ‘exclusief’ online verbond geweest, een zogeheten ‘trusted network’. Dat was prima zo, een goeie tegenhanger ook van Facebook – waar ik in de regel ieders ‘vriendschapsverzoek’ wel accepteer, om maar een zo groot mogelijk bereik te realiseren.

Maar: de laatste tijd is het op LinkedIn ook aan het veranderen. Zowel in positieve, als in (voor mij) negatieve zin. Het mooie aan het verhaal is dat LinkedIn steeds professioneler wordt, en dat ik er door alle functionaliteiten steeds meer aan ga hebben. Sterker nog: ik denk persoonlijk zelfs dat LinkedIn als enige van alle community based netwerken uiteindelijk gaat overleven, en straks zelfs een lange neus kan trekken naar Facebook.

Het vervelende daaraan is dat steeds meer mensen LinkedIn ook een beetje gaan ‘behandelen’ als Facebook. Ze nodigen maar lukraak iedereen uit, van wie ze af en toe een leuke update voorbij zien komen, en willen ‘vrienden’ worden.

Kijk, zo werkt het voor mij niet. Zoals ik al zei: ‘Vrienden’ mag je worden met mij op Facebook (let op, er zijn nog maar iets van 300 plekken beschikbaar tot ik aan mijn max zit van 5000 ‘vrienden’). Maar: op LinkedIn accepteer ik echt niet zomaar ieder ‘connectieverzoek’. En: al helemaal niet – als er geen berichtje bij zit.

Man, man, man. Ik vind dát vind ik zo storend.

Zo ‘gemakkelijk’. Dat laat zo zo zien dat ‘men’ maar wat doet, een beetje klikt, het helemaal niet echt interessant vindt. Zich niet geïnformeerd heeft, niet de moeite neemt om in drie minuten tijd een paar regels te tikken, waarom het interessant is om te linken, en: wat je überhaupt van me wilt.

Tot een paar weken geleden, had ik daar een prima oplossing voor. Ik liet mijn assistente (die uiteraard toegang had tot mijn Linkedin-account en berichtenbox – zelf heb ik wel wat beters te doen), standaard een berichtje terugsturen bij een connectieverzoek.

Dat ging zo:

—————-

“Dag …, dank voor je connectieverzoek. Vóór ‘de nieuwe werkelijkheid’ was ik altijd wat streng met het accepteren van dit soort verzoeken. Dan stuurde ik altijd onderstaand berichtje standaard terug. Nu we met z’n allen wellicht nóg meer op zoek zijn naar verbinding, en ik het belangrijk vind om mijn bereik nog meer te vergroten, vind ik het prettiger om soepeler te zijn. Laat onverlet dat ik natuurlijk wél nieuwsgierig ben :) Wat verschaft me de eer? Hartelijke groet voor nu, Herbert. 

———————– 

Dag ….. Dank voor je uitnodiging! Meestal ben ik erg selectief, vooral met mijn netwerk. En omdat er een berichtje bij je verzoek ontbreekt, heb ik geen context. Die wil ik altijd hebben, voordat ik op ‘accepteren’ klik. Dat komt: ik gebruik mijn netwerk echt heel zorgvuldig – bijvoorbeeld door mensen aan elkaar te koppelen die iets met elkaar kunnen, of om mensen aan te raden bij vrienden. Dat ga ik natuurlijk never nooit niet doen met iemand die ik niet ken of waarmee ik niet zelf gewerkt heb, ik hoop dat je dat snapt. Heb zitten graven maar kan niet terughalen waar we elkaar van kennen. Dat kan goed aan mij liggen maar ik wil altijd het naadje van de kous weten :) Netwerken begint bij mij bij off-line contact, of een concrete vraag. Kan ik iets voor je betekenen? Of gaat het ergens anders over? Ik hoor graag, groet voor nu, Herbert

(www.herbertvanhoogdalem.nl, herbertvanhoogdalem@me.com)   PS: Veel mensen antwoorden: “Ik wil je updates graag blijven ontvangen”. Dat snap ik, en ik voel me vereerd. Echter: daar hoef je niet echt een connectie voor te zijn. Wist je bijvoorbeeld dat er binnen Linkedin ook de functionaliteit van ‘Volgen’ bestaat? Superhandig!”

—————-

Alleen: ik heb nu geen assistente meer. Die luxe kan ik me, Coronatechnisch, ook niet meer permitteren. Dus: nu moet ik elke dag zelf door al die uitnodigingen. Zonder berichtje.

De Hel.

Het zijn er tegenwoordig ongeveer 80 per dag. Ligt waarschijnlijk aan het feit dat ik de laatste tijd wat actiever ben op LinkedIn, en – mogelijk – in de ogen van die mensen die dan willen verbinden, interessante content plaats.

Kan zijn, en ja: ik doe er mijn best voor. En ja: ik ben vereerd. Ik voel me gezien. Mijn basistrauma van ’emotionele verwaarlozing’ speelt direct op, wordt aan alle kanten getriggerd – instinctief, dus: niks aan te doen. Iemand wil met me connecten, hoe gaaf!!!”

Tot ik – oefening baart kunst – tot tien tel, drie keer diep ademhaal, en: niks doe. Nog even. Ook weleens gezond. Want betekent dat (het feit dat ik misschien interessante content plaats) dan, dat wij elkaar gelijk ‘moeten kennen’? Nee, toch?

Wat dan wel weer grappig is: als mensen überhaupt de moeite namen te antwoorden op dat ‘standaardberichtje’, schreven ze vaak: “ik wil mijn netwerk uitbreiden, en misschien dat we iets voor elkaar kunnen betekenen”.

Fout. Tweewerf, zelfs.

“Je netwerk uitbreiden?” – Nee. Je wilt je bereik vergroten, door met mij en met mijn netwerk verbonden te zijn. Snap ik. Dat kan, en dat mag. Maar: zeg dat dan gewoon.

En: snap het verschil tussen ‘een netwerk’ (zoals ik dat zie), en: je bereik (dat heeft namelijk alles met kwantiteit te maken, niets met kwaliteit – en dat laatste is het enige waar het mij om gaat).

En: waar het jullie ook om zou moeten gaan.

Dat ‘iets voor elkaar kunnen betekenen?’ Laat me niet lachen. Wat dan? Kom je een klus brengen? Mij helpen op de donkere dagen in mijn leven? Mijn huis schoonmaken? Mijn pijnlijke schouders door de nekhernia masseren? Doe je dat volkomen altruïstisch, uit medemenselijkheid? Of zit er nog iets achter? Tell me. Wat ga je voor mij betekenen, in eerste instantie, wat kom je brengen wat ik nog niet ken, en: wat kost dat?

Twee mooie voorbeelden.

Ik werd laatst ‘toegevoegd’ door een stagiar, van Meer Business, (een heel eng, navelstarend en fout clubje) zonder berichtje. Ik liet hem het standaardberichtje sturen, en hij antwoordde: “Van mijn baas, die u kent, moest ik mijn netwerk uitbreiden”. Kijk, dat bedoel ik nu. Die jongen gaat er dus nooit meer komen. Die denkt zelf niet na. En die ‘Baas’, die ga ik ontvrienden.

En ja. Er zijn ook uitzonderingen. Goeie voorbeelden. Zo had ik gisteren een afspraak bij social media bureau 3sixtyfive. Met John, die ik al een tijdje ken. Dus: er mee verbonden ben ook, op Linkedin.

Onder andere.

Waar ik weer op gewezen werd door goede relatie Renate Tromp, die ik ook al meer dan dan 20 jaar ken, in verschillende hoedanigheden – en die ik blindelings vertrouw als ik haar een ‘netwerkvraag’ stel. Zo werkt dat. Nu eenmaal.

In de afspraak ook: Eva Hiensch. Die mij – vóór de afspraak – al geGoogeld had, en opgezocht, zag ik. Net als ik haar, natuurlijk. Zo hoort het. je toont interesse in je gesprekspartner, voorafgaand aan de afspraak. Heel normaal. Je doet je huiswerk, dat doe ik ook.

Maar: zij voegde me pas toe op LinkedIn (zonder berichtje, en dat mag dan ook) nádat we elkaar ontmoet hadden, en beiden voelden dat de energie klopte.

Goed. To the point. Want ik ga dit berichtje natuurlijk voortaan gebruiken als ‘standaard berichtje’ bij uitnodigingen zonder berichtje – dat snappen jullie ook wel. Ik steek niet voor niks zoveel tijd in een update als deze.

Dus: als je mij hebt uitgenodigd op Linkedin zónder begeleidend berichtje en zonder context, geef dan eens antwoord op de volgende vragen:

  1. Wat wil je van me?
  2. Waarom nodig je me uit?
  3. Wat kom je me brengen?
  4. Waar kan ik jou mee helpen?
  5. Wat wil je nou eigenlijk echt?

Ik ben echt heel benieuwd.

En weet: ik sta meer dan open om te verbinden. En om iets voor elkaar te kunnen betekenen.

Maar.

Dan.

Ook.

Echt.

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen

 

Herbert filosofeert

Terug naar alle artikelen

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen

 

“Iets voor elkaar kunnen betekenen – kent u die uitdrukking?” (met dank aan dominee Gremdaat).

Ik vind het één van de meest onzinnige, onnodige en soms zelfs beledigende platitudes die ik ken. En ik word er dagelijks een keer of 10, 15 mee doodgegooid.

Of lastiggevallen.

Mensen die deze uitdrukking gebruiken, weten vaak helemaal niet wat ze er nu werkelijk mee bedoelen, en gebruiken het een beetje lukraak. In het wilde weg.

Net als mensen die de hele tijd zeggen “…Ik heb echt zoiets van…”, wat ook een tijdje in zwang was. Ongetwijfeld overgewaaid vanuit het Amerikaanse Engels: “… I was like…” Dodelijk vermoeiend, zeker voor een autist als ik. Die (bijna) alles letterlijk neemt, dus in de war raakt.

Ik dacht dan altijd: “Héb je nu iets, … vind je nu iets, … heb je ergens een gevoel over, … heb je een duidelijke mening? Wat is nu je punt, concreet, in hoeverre is het je eigen mening, hoe goed heb je er over nagedacht en hoe hard maak je je daarvoor?”

Goed, ik dwaal af.

Terug naar dat prachtige zinnetje “Misschien kunnen we iets voor elkaar betekenen?” waarvan de individuele woorden zó waar en mooi zijn dat je ze bijna onmiddellijk gelooft. Zeker als je – zoals ik – ook nog een beelddenker bent, dus ook het woordbeeld ziet, het ritme van de letters bijna in je hart voelt, maar waarvan het gros dus eigenlijk niet goed weet wat ze ermee zegt.

Of wel: en dan betekent dat vaak juist niet ‘voor elkaar’, maar ‘voor mij‘.

Sta me toe jullie even mee te nemen naar Barcelona, het jaar des Heren 2003. Ik was helemaal klaar met ‘de reclamewereld’ en dacht mijn rust te vinden door te gaan wonen in één van de meest bruisende metropolen ter wereld. Aan het strand, ook nog.

Not, dus.

Goed idee, op zich. Maar: aan de executie schortte het een en ander. Vertel ik nog weleens.

Maar goed: ik zie me nog staan op een ochtend, ongetwijfeld licht brak en wankel, in mijn vakantievilla in Sitges, terwijl ik een mailtje kreeg.

Van ‘ene’ LinkedIn.

(?)

Een nieuwe ‘tool’, gebaseerd op de theorie van Six Degrees Of Separationvan de Hongaar Frigyes Karinthy. Of ik ook een account wilde maken, en mijn emailadresboek wilde uploaden.

Geïntrigeerd door het mailtje, de theorie en sowieso de opkomst van het internet destijds (we hebben het over 18 jaar geleden, hé… ik voelde de grootsheid aan mogelijkheden toen al wel, en zag verre horizonten van zaken die we nu heel normaal vinden – jaja… ‘opa vertelt’, ik weet het), deed ik dat natuurlijk.

Ik was best verbaasd. Te zien hoeveel mensen ik eigenlijk kende, en hoeveel van die mensen weer mensen kenden die ik ook weer kende.

En dat is precies mijn punt: ik kénde die mensen ook echt. En die mensen die zij kenden. Dus niet: ‘half’. Niet ‘vaag’. En niet ‘via-via’. Nee: ik kende ze als mensen van vlees en bloed, die ik, ondanks dat ze ‘oppopten’ omdat ze toevallig een emailadres hadden, ooit de hand had geschud. In de ogen had gekeken. Gevoeld had hoe hun energie was. En belangrijker nog: met wie ik dus ook gewerkt had.

Tot dat moment was ik nooit zo bezig geweest met ‘netwerken’. Ik wist niet eens wat het betekende. Ik verkeerde in de gelukkige positie dat ik geen borrels hoefde af te lopen met een opgespeld naamkaartje om gezien te worden en aan werk te komen. En als ik wel in die positie had gezeten, had ik dat ongetwijfeld ook niet gedaan – bewaar me!

‘Netwerken’ voor mij was gewoon: de mensen met wie je een fijne klik had, die ook nog eens topwerk afleverden, die jou begrepen, die je altijd blindelings kon vragen en vertrouwen, op wie je altijd kon rekenen, dichtbij je te houden. Aandacht te geven. Je waardering te tonen. Het was geen ‘activiteit’, of een ‘skill’. Het was (en is) gewoon mijn tweede natuur. Misschien zelfs mijn eerste wel.

Die natuur ging al zolang ik me kon herinneren haar eigen gang – zo gaat dat met ‘naturen’.

Ik keek – en kijk – altijd naar verbindingen die anderen niet zien, ik denk in mogelijkheden, ik hou van potentie, en ik wil die constant koppelen, gebruik van elkaar laten maken, mensen blij maken door elkaar te (laten) ontmoeten en bij elkaar aan tafel te zetten. Daar is niks moeilijks aan. Dat ‘gaat’ gewoon, zo.

Door… af en toe – zomaar – oprecht te vragen hoe het gaat, je te verdiepen in ‘de ander zijn of haar’ omstandigheden, te kijken of je wellicht ergens pro-actief kunt helpen, van dienst kan zijn of ze soms een klus door te schuiven waarvan je wist: “die verkloten ze niet, daar zijn ze blij mee, daar zitten ze op te wachten, ze weten dat het via mij komt dus kijken ze wel 3 x uit, en vooral: dat zit goed bij die persoon – dat is de beste op dat specifieke vakgebied die ik nu zou kunnen en willen aanraden”. Je wist ook: zouden ze het wel verprutsen, dan lagen jouw eigen naam en reputatie op het hakblok. Dat wilde je toen al niet, en nu al helemaal niet.

LinkedIn is heel lang zo’n soort ‘exclusief’ online verbond geweest, een zogeheten ‘trusted network’. Dat was prima zo, een goeie tegenhanger ook van Facebook – waar ik in de regel ieders ‘vriendschapsverzoek’ wel accepteer, om maar een zo groot mogelijk bereik te realiseren.

Maar: de laatste tijd is het op LinkedIn ook aan het veranderen. Zowel in positieve, als in (voor mij) negatieve zin. Het mooie aan het verhaal is dat LinkedIn steeds professioneler wordt, en dat ik er door alle functionaliteiten steeds meer aan ga hebben. Sterker nog: ik denk persoonlijk zelfs dat LinkedIn als enige van alle community based netwerken uiteindelijk gaat overleven, en straks zelfs een lange neus kan trekken naar Facebook.

Het vervelende daaraan is dat steeds meer mensen LinkedIn ook een beetje gaan ‘behandelen’ als Facebook. Ze nodigen maar lukraak iedereen uit, van wie ze af en toe een leuke update voorbij zien komen, en willen ‘vrienden’ worden.

Kijk, zo werkt het voor mij niet. Zoals ik al zei: ‘Vrienden’ mag je worden met mij op Facebook (let op, er zijn nog maar iets van 300 plekken beschikbaar tot ik aan mijn max zit van 5000 ‘vrienden’). Maar: op LinkedIn accepteer ik echt niet zomaar ieder ‘connectieverzoek’. En: al helemaal niet – als er geen berichtje bij zit.

Man, man, man. Ik vind dát vind ik zo storend.

Zo ‘gemakkelijk’. Dat laat zo zo zien dat ‘men’ maar wat doet, een beetje klikt, het helemaal niet echt interessant vindt. Zich niet geïnformeerd heeft, niet de moeite neemt om in drie minuten tijd een paar regels te tikken, waarom het interessant is om te linken, en: wat je überhaupt van me wilt.

Tot een paar weken geleden, had ik daar een prima oplossing voor. Ik liet mijn assistente (die uiteraard toegang had tot mijn Linkedin-account en berichtenbox – zelf heb ik wel wat beters te doen), standaard een berichtje terugsturen bij een connectieverzoek.

Dat ging zo:

—————-

“Dag …, dank voor je connectieverzoek. Vóór ‘de nieuwe werkelijkheid’ was ik altijd wat streng met het accepteren van dit soort verzoeken. Dan stuurde ik altijd onderstaand berichtje standaard terug. Nu we met z’n allen wellicht nóg meer op zoek zijn naar verbinding, en ik het belangrijk vind om mijn bereik nog meer te vergroten, vind ik het prettiger om soepeler te zijn. Laat onverlet dat ik natuurlijk wél nieuwsgierig ben :) Wat verschaft me de eer? Hartelijke groet voor nu, Herbert. 

———————– 

Dag ….. Dank voor je uitnodiging! Meestal ben ik erg selectief, vooral met mijn netwerk. En omdat er een berichtje bij je verzoek ontbreekt, heb ik geen context. Die wil ik altijd hebben, voordat ik op ‘accepteren’ klik. Dat komt: ik gebruik mijn netwerk echt heel zorgvuldig – bijvoorbeeld door mensen aan elkaar te koppelen die iets met elkaar kunnen, of om mensen aan te raden bij vrienden. Dat ga ik natuurlijk never nooit niet doen met iemand die ik niet ken of waarmee ik niet zelf gewerkt heb, ik hoop dat je dat snapt. Heb zitten graven maar kan niet terughalen waar we elkaar van kennen. Dat kan goed aan mij liggen maar ik wil altijd het naadje van de kous weten :) Netwerken begint bij mij bij off-line contact, of een concrete vraag. Kan ik iets voor je betekenen? Of gaat het ergens anders over? Ik hoor graag, groet voor nu, Herbert

(www.herbertvanhoogdalem.nl, herbertvanhoogdalem@me.com)   PS: Veel mensen antwoorden: “Ik wil je updates graag blijven ontvangen”. Dat snap ik, en ik voel me vereerd. Echter: daar hoef je niet echt een connectie voor te zijn. Wist je bijvoorbeeld dat er binnen Linkedin ook de functionaliteit van ‘Volgen’ bestaat? Superhandig!”

—————-

Alleen: ik heb nu geen assistente meer. Die luxe kan ik me, Coronatechnisch, ook niet meer permitteren. Dus: nu moet ik elke dag zelf door al die uitnodigingen. Zonder berichtje.

De Hel.

Het zijn er tegenwoordig ongeveer 80 per dag. Ligt waarschijnlijk aan het feit dat ik de laatste tijd wat actiever ben op LinkedIn, en – mogelijk – in de ogen van die mensen die dan willen verbinden, interessante content plaats.

Kan zijn, en ja: ik doe er mijn best voor. En ja: ik ben vereerd. Ik voel me gezien. Mijn basistrauma van ’emotionele verwaarlozing’ speelt direct op, wordt aan alle kanten getriggerd – instinctief, dus: niks aan te doen. Iemand wil met me connecten, hoe gaaf!!!”

Tot ik – oefening baart kunst – tot tien tel, drie keer diep ademhaal, en: niks doe. Nog even. Ook weleens gezond. Want betekent dat (het feit dat ik misschien interessante content plaats) dan, dat wij elkaar gelijk ‘moeten kennen’? Nee, toch?

Wat dan wel weer grappig is: als mensen überhaupt de moeite namen te antwoorden op dat ‘standaardberichtje’, schreven ze vaak: “ik wil mijn netwerk uitbreiden, en misschien dat we iets voor elkaar kunnen betekenen”.

Fout. Tweewerf, zelfs.

“Je netwerk uitbreiden?” – Nee. Je wilt je bereik vergroten, door met mij en met mijn netwerk verbonden te zijn. Snap ik. Dat kan, en dat mag. Maar: zeg dat dan gewoon.

En: snap het verschil tussen ‘een netwerk’ (zoals ik dat zie), en: je bereik (dat heeft namelijk alles met kwantiteit te maken, niets met kwaliteit – en dat laatste is het enige waar het mij om gaat).

En: waar het jullie ook om zou moeten gaan.

Dat ‘iets voor elkaar kunnen betekenen?’ Laat me niet lachen. Wat dan? Kom je een klus brengen? Mij helpen op de donkere dagen in mijn leven? Mijn huis schoonmaken? Mijn pijnlijke schouders door de nekhernia masseren? Doe je dat volkomen altruïstisch, uit medemenselijkheid? Of zit er nog iets achter? Tell me. Wat ga je voor mij betekenen, in eerste instantie, wat kom je brengen wat ik nog niet ken, en: wat kost dat?

Twee mooie voorbeelden.

Ik werd laatst ‘toegevoegd’ door een stagiar, van Meer Business, (een heel eng, navelstarend en fout clubje) zonder berichtje. Ik liet hem het standaardberichtje sturen, en hij antwoordde: “Van mijn baas, die u kent, moest ik mijn netwerk uitbreiden”. Kijk, dat bedoel ik nu. Die jongen gaat er dus nooit meer komen. Die denkt zelf niet na. En die ‘Baas’, die ga ik ontvrienden.

En ja. Er zijn ook uitzonderingen. Goeie voorbeelden. Zo had ik gisteren een afspraak bij social media bureau 3sixtyfive. Met John, die ik al een tijdje ken. Dus: er mee verbonden ben ook, op Linkedin.

Onder andere.

Waar ik weer op gewezen werd door goede relatie Renate Tromp, die ik ook al meer dan dan 20 jaar ken, in verschillende hoedanigheden – en die ik blindelings vertrouw als ik haar een ‘netwerkvraag’ stel. Zo werkt dat. Nu eenmaal.

In de afspraak ook: Eva Hiensch. Die mij – vóór de afspraak – al geGoogeld had, en opgezocht, zag ik. Net als ik haar, natuurlijk. Zo hoort het. je toont interesse in je gesprekspartner, voorafgaand aan de afspraak. Heel normaal. Je doet je huiswerk, dat doe ik ook.

Maar: zij voegde me pas toe op LinkedIn (zonder berichtje, en dat mag dan ook) nádat we elkaar ontmoet hadden, en beiden voelden dat de energie klopte.

Goed. To the point. Want ik ga dit berichtje natuurlijk voortaan gebruiken als ‘standaard berichtje’ bij uitnodigingen zonder berichtje – dat snappen jullie ook wel. Ik steek niet voor niks zoveel tijd in een update als deze.

Dus: als je mij hebt uitgenodigd op Linkedin zónder begeleidend berichtje en zonder context, geef dan eens antwoord op de volgende vragen:

  1. Wat wil je van me?
  2. Waarom nodig je me uit?
  3. Wat kom je me brengen?
  4. Waar kan ik jou mee helpen?
  5. Wat wil je nou eigenlijk echt?

Ik ben echt heel benieuwd.

En weet: ik sta meer dan open om te verbinden. En om iets voor elkaar te kunnen betekenen.

Maar.

Dan.

Ook.

Echt.

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen