Drie jaar, vijf maanden en 19 dagen geleden: wat berichtjes in Linkedin. Je kent dat wel.

Ik ben wel wat gewend. Maar: dit was anders.

Een aparte energie – tegengas, directheid, humor, scherpte, daadkracht. En: woordkeus. Woordkeus. Woordkeus. Zó belangrijk. Aan woorden, aan ritme, aan tempo, aan staccato – daaraan herken je intelligentie. Vrij zelden, hoor. Zo eens in de 3 jaar, vijf maanden en 19 dagen, schat ik.

En dan: opvolging. Een zwak punt van mij, maar ja: ik kan weer andere dingen. Die afspraak kwam er dus niet.

Van.

Te veel. Gedoe.
Te veel. Hassle.
Te veel. Losse eindjes. Te veel. Afspraken.
Te veel. Tussendoor. Te veel. Afleiding.
Te veel. Weglopen.
Te veel. Puzzelstukjes.
Te weinig. Bij mezelf.

Dus dan duurt het even. Achteraf maar goed, want voor alles is natuurlijk Het Juiste Moment.

Ik ben wel wat gewend. Maar: dit was anders. Vanaf moment één de diepte in. Er niet omheen. Koetjes en kalfjes? Sociaal wenselijk? Politiek correct? Laat me niet lachen.

Pats. Boem. Ter zake. Geen doekjes.

Dat er samengewerkt moest worden, was al duidelijk bij seconde twee. Maar: ga er dan in de duizelingwekkende hoeveelheid informatie die door je heenstroomt en op je afkomt, die je ook nog een soort van moet plaatsen en op de juiste waarde moet weten te schatten – zorgvuldigheid is troef op een moment dat je weet dat je Leven Onvermijdelijk Gaat Veranderen – aan staan om te ontdekken op welk gebied.

Daar waren we dus vrij snel uit: op alle gebieden. Nu ja, bijna alle.

Ik ben wel wat gewend, maar hier kwamen alle puzzelstukjes samen. Stukjes die vooral de afgelopen maanden aan me trokken, me meer dan ooit irriteerden, schuurden, schreeuwden om aandacht en zelfs besloten tot wat tot nu toe een mission impossible was: mij stil zetten. Letterlijk.

Krakend kwam ik tot stilstand, en nee: Corona was het niet. Hielp ook niet mee bij het navelstaren (of juist wel), maar het was vooral het lichaam dat me in de steek liet.

Maanden van immobiliteit, zorgen (je moet vooral niet zelf gaan zoeken op Google naar zenuwaandoeningen), frustratie, een hoofd dat nog steeds tienduizend keer harder gaat dan normaal, maar ledematen die niet wilden. Of een pijngrens die je opeens wél voelt na 15 jaar, van de ene op de andere dag.

En dan: de vermoeidheid, de uitputting, die 2% van een iPhone batterij vlak voor-ie echt uitvalt.

Je weet dan, of althans: ik weet dan -Goddank- dat die misère alleen maar de preview is, de vooravond van Verandering. Geen overgang zonder de donkere en nauwe tunnel naar nieuw licht. Nieuwe lucht, ook. Maar hoe en waar, wanneer en in welke vorm die Verandering komt? Dat is slechts nutteloos gissen.

Wat ik wel wist: zo gaat het niet langer.

Leuk, dat netwerk. Dat talent. Dat hoofd. Dat podium. Dat bereik. Die hang naar verbetering, verandering, verwondering. Die inventiviteit. Die gedrevenheid. Die allesoverheersende Sturm. Und drang. Dat druk maken, de hele tijd. Maar, gesteld dat ik nog een twintig, vijfentwintig energieke en vitale jaren heb, en dan ook nog Het Een En Ander Na Wil laten, dan moet het anders.

Gekanaliseerder. Effectiever. En vooral: minder alleen.

Die 100-den onafgemaakte ideeën in laatjes.
Die halve boeken.
Die losse ‘als ik ooit nog eens tijd en ruimte heb’-eindjes.
Die nog lang niet geleefde dromen, Goddank nog niet vervlogen idealen, die net-niet haalbare Doelen omdat je doelen van dat niveau nu eenmaal niet in je eentje van de grond trekt. Dat is een natuurwet.

Als de hernia je dat maandenlang elke dag in je gezicht spuugt, dan weet je dat je aan een paar dingen moet werken. Een paar dingen moet oplossen.

Samenwerken, bijvoorbeeld. Eén keer vaker gedaan, dan gelukt. De uitzonderingen daargelaten, maar dat komt omdat we het al 25 jaar om moverende redenen wél en ook weer niet doen.

En dan: in je eentje. Het eeuwige in je eentje. Het is gewoon ook geen flikker aan, plezier was over te zoeken. Al jaren. Het denken “Ben ik nou gek?” en dan dat maar alvast voor waar hebben aangenomen – het tegendeel bewijst zich namelijk steeds maar niet.

Ik ben wel wat gewend. Maar: zelden viel alles zo samen, als bij deze ontmoeting.

Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is slimmer.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is grappiger.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij heeft écht wat te vertellen.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is zakelijker.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is authentieker.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is realistischer.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is socialer.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is intenser.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is oprechter.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij schrijft beter.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is idealistischer.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij voelt scherper aan.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is eerlijker.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is daadkrachtiger.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij denkt sneller.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij verbindt beter.

Dan wie dan ook.

Maar het is niet alleen maar maneschijn. Niks roze bril. Het kwijl uit de eerste ademloze open monden doofde direct elke gelegenheid tot bewieroking, de realiteit van twee gelijkgestemden in een totaal tegengestelde situatie greep gelukkig ruim op tijd in. Anders is het ook zo saai.

Dan nog: talent komt ook met keerzijden. En niemand is perfect. Zij al helemaal niet.

Stukken irritanter.

Is ze.

Om niet te zeggen: onder je nagels vandaan.

Stukken ongeduldiger, ook.
Stukken eigenwijzer.
Stukken trotser.
Stukken veeleisender.
Stukken sneller verveeld.
Stukken zuigender.
Stukken arroganter.
Stukken uitdagender.
Stukken koppiger.
Stukken betwetender.
Stukken individualistischer.
Stukken bewijzender.
Stukken vergaander.
Stukken grenzen opzoekender.
En stukken competitiever.

Dan wie dan ook.

Behalve misschien dan ik – al zeg ik het zelf.

‘Kort’ en goed: het duurde even. Maar dan heb je ook wat: ik heb mijn Evenknie gevonden.

Daar hadden we ook nog ‘even’ een Goed Gesprek voor nodig, in Loos. De plek waar voor mij alles begon, eindigde en die nooit goed afgehecht was. Omdat het Rotterdam is, en alleen daar een tragisch verhaal gedeeld kon worden dat slechts weinigen kennen. Waarop een verhaal geruild werd dat mij met evenveel stomheid sloeg.

Dat was de druppel. Zilverfulminaat. Niks: pats. Maar: boem!

Janouk en ik gaan de komende tijd eens even samen wat #Reuring veroorzaken.

#Poeha, #Tamtam, #Heisa en #Stampij maken. Een hele #Santekraam van labels, initiatieven, merken, cases, oplossingen, disrupties en bedrijven de wereld inschoppen. Een #Halszaak, als je het ons vraagt.

En belangrijker nog: we gaan Schrijven. Want er moet vooral ook gespeeld worden – het moet niet nu al op werken gaan lijken.

Zo ligt er nog een ideetje, in een laatje. Heel speels.

‘Tien Dingen Die Ze Je Niet Vertellen Over …., Voordat Je Er Aan Begint’, bijvoorbeeld. Die over Ondernemen, daar kunnen we allebei over meepraten. Grote kans dat dat de eerste wordt.

Ik verkneukel me nu al. En oh ja: rondmaken. Terugkomen op. Zeker aan het einde van zo’n ‘stukkie’.

Die twee openingszinnen? Van haar hand. Niet de mijne.

Ik ben wel wat gewend. Maar: dit niet.

Ze zorgen ervoor dat ik eindelijk weer ga vliegen. Los kom. De vonk voel. Branden. Dóór wil pakken. Nog één keer. En dan goed.

Al was het maar om die twee zinnen ooit ergens te mogen overtreffen.
Of ergens aan toe te voegen. Aan de schriftjes. Aan de ideetjes. Aan de kopjes koffie. Aan de aanvarinkjes. De leermomentjes. De misverstandjes. De puzzelstukjes. Of: aan de literatuur. Waar ze horen.

Of ze kloppen en goed genoeg zijn, daar is inmiddels ook een Lat voor. Net als voor alles wat we gaan doen.

Het moet de wereld beter maken.
Het moet de wereld mooier maken.
Het moet ons gelukkiger maken.

Dat.

Is.

De.

Sleutel.

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen

 

Herbert filosofeert

Terug naar alle artikelen

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen

 

Drie jaar, vijf maanden en 19 dagen geleden: wat berichtjes in Linkedin. Je kent dat wel.

Ik ben wel wat gewend. Maar: dit was anders.

Een aparte energie – tegengas, directheid, humor, scherpte, daadkracht. En: woordkeus. Woordkeus. Woordkeus. Zó belangrijk. Aan woorden, aan ritme, aan tempo, aan staccato – daaraan herken je intelligentie. Vrij zelden, hoor. Zo eens in de 3 jaar, vijf maanden en 19 dagen, schat ik.

En dan: opvolging. Een zwak punt van mij, maar ja: ik kan weer andere dingen. Die afspraak kwam er dus niet.

Van.

Te veel. Gedoe.
Te veel. Hassle.
Te veel. Losse eindjes. Te veel. Afspraken.
Te veel. Tussendoor. Te veel. Afleiding.
Te veel. Weglopen.
Te veel. Puzzelstukjes.
Te weinig. Bij mezelf.

Dus dan duurt het even. Achteraf maar goed, want voor alles is natuurlijk Het Juiste Moment.

Ik ben wel wat gewend. Maar: dit was anders. Vanaf moment één de diepte in. Er niet omheen. Koetjes en kalfjes? Sociaal wenselijk? Politiek correct? Laat me niet lachen.

Pats. Boem. Ter zake. Geen doekjes.

Dat er samengewerkt moest worden, was al duidelijk bij seconde twee. Maar: ga er dan in de duizelingwekkende hoeveelheid informatie die door je heenstroomt en op je afkomt, die je ook nog een soort van moet plaatsen en op de juiste waarde moet weten te schatten – zorgvuldigheid is troef op een moment dat je weet dat je Leven Onvermijdelijk Gaat Veranderen – aan staan om te ontdekken op welk gebied.

Daar waren we dus vrij snel uit: op alle gebieden. Nu ja, bijna alle.

Ik ben wel wat gewend, maar hier kwamen alle puzzelstukjes samen. Stukjes die vooral de afgelopen maanden aan me trokken, me meer dan ooit irriteerden, schuurden, schreeuwden om aandacht en zelfs besloten tot wat tot nu toe een mission impossible was: mij stil zetten. Letterlijk.

Krakend kwam ik tot stilstand, en nee: Corona was het niet. Hielp ook niet mee bij het navelstaren (of juist wel), maar het was vooral het lichaam dat me in de steek liet.

Maanden van immobiliteit, zorgen (je moet vooral niet zelf gaan zoeken op Google naar zenuwaandoeningen), frustratie, een hoofd dat nog steeds tienduizend keer harder gaat dan normaal, maar ledematen die niet wilden. Of een pijngrens die je opeens wél voelt na 15 jaar, van de ene op de andere dag.

En dan: de vermoeidheid, de uitputting, die 2% van een iPhone batterij vlak voor-ie echt uitvalt.

Je weet dan, of althans: ik weet dan -Goddank- dat die misère alleen maar de preview is, de vooravond van Verandering. Geen overgang zonder de donkere en nauwe tunnel naar nieuw licht. Nieuwe lucht, ook. Maar hoe en waar, wanneer en in welke vorm die Verandering komt? Dat is slechts nutteloos gissen.

Wat ik wel wist: zo gaat het niet langer.

Leuk, dat netwerk. Dat talent. Dat hoofd. Dat podium. Dat bereik. Die hang naar verbetering, verandering, verwondering. Die inventiviteit. Die gedrevenheid. Die allesoverheersende Sturm. Und drang. Dat druk maken, de hele tijd. Maar, gesteld dat ik nog een twintig, vijfentwintig energieke en vitale jaren heb, en dan ook nog Het Een En Ander Na Wil laten, dan moet het anders.

Gekanaliseerder. Effectiever. En vooral: minder alleen.

Die 100-den onafgemaakte ideeën in laatjes.
Die halve boeken.
Die losse ‘als ik ooit nog eens tijd en ruimte heb’-eindjes.
Die nog lang niet geleefde dromen, Goddank nog niet vervlogen idealen, die net-niet haalbare Doelen omdat je doelen van dat niveau nu eenmaal niet in je eentje van de grond trekt. Dat is een natuurwet.

Als de hernia je dat maandenlang elke dag in je gezicht spuugt, dan weet je dat je aan een paar dingen moet werken. Een paar dingen moet oplossen.

Samenwerken, bijvoorbeeld. Eén keer vaker gedaan, dan gelukt. De uitzonderingen daargelaten, maar dat komt omdat we het al 25 jaar om moverende redenen wél en ook weer niet doen.

En dan: in je eentje. Het eeuwige in je eentje. Het is gewoon ook geen flikker aan, plezier was over te zoeken. Al jaren. Het denken “Ben ik nou gek?” en dan dat maar alvast voor waar hebben aangenomen – het tegendeel bewijst zich namelijk steeds maar niet.

Ik ben wel wat gewend. Maar: zelden viel alles zo samen, als bij deze ontmoeting.

Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is slimmer.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is grappiger.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij heeft écht wat te vertellen.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is zakelijker.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is authentieker.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is realistischer.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is socialer.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is intenser.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is oprechter.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij schrijft beter.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is idealistischer.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij voelt scherper aan.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is eerlijker.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij is daadkrachtiger.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij denkt sneller.
Ik ben wel wat gewend. Maar: zij verbindt beter.

Dan wie dan ook.

Maar het is niet alleen maar maneschijn. Niks roze bril. Het kwijl uit de eerste ademloze open monden doofde direct elke gelegenheid tot bewieroking, de realiteit van twee gelijkgestemden in een totaal tegengestelde situatie greep gelukkig ruim op tijd in. Anders is het ook zo saai.

Dan nog: talent komt ook met keerzijden. En niemand is perfect. Zij al helemaal niet.

Stukken irritanter.

Is ze.

Om niet te zeggen: onder je nagels vandaan.

Stukken ongeduldiger, ook.
Stukken eigenwijzer.
Stukken trotser.
Stukken veeleisender.
Stukken sneller verveeld.
Stukken zuigender.
Stukken arroganter.
Stukken uitdagender.
Stukken koppiger.
Stukken betwetender.
Stukken individualistischer.
Stukken bewijzender.
Stukken vergaander.
Stukken grenzen opzoekender.
En stukken competitiever.

Dan wie dan ook.

Behalve misschien dan ik – al zeg ik het zelf.

‘Kort’ en goed: het duurde even. Maar dan heb je ook wat: ik heb mijn Evenknie gevonden.

Daar hadden we ook nog ‘even’ een Goed Gesprek voor nodig, in Loos. De plek waar voor mij alles begon, eindigde en die nooit goed afgehecht was. Omdat het Rotterdam is, en alleen daar een tragisch verhaal gedeeld kon worden dat slechts weinigen kennen. Waarop een verhaal geruild werd dat mij met evenveel stomheid sloeg.

Dat was de druppel. Zilverfulminaat. Niks: pats. Maar: boem!

Janouk en ik gaan de komende tijd eens even samen wat #Reuring veroorzaken.

#Poeha, #Tamtam, #Heisa en #Stampij maken. Een hele #Santekraam van labels, initiatieven, merken, cases, oplossingen, disrupties en bedrijven de wereld inschoppen. Een #Halszaak, als je het ons vraagt.

En belangrijker nog: we gaan Schrijven. Want er moet vooral ook gespeeld worden – het moet niet nu al op werken gaan lijken.

Zo ligt er nog een ideetje, in een laatje. Heel speels.

‘Tien Dingen Die Ze Je Niet Vertellen Over …., Voordat Je Er Aan Begint’, bijvoorbeeld. Die over Ondernemen, daar kunnen we allebei over meepraten. Grote kans dat dat de eerste wordt.

Ik verkneukel me nu al. En oh ja: rondmaken. Terugkomen op. Zeker aan het einde van zo’n ‘stukkie’.

Die twee openingszinnen? Van haar hand. Niet de mijne.

Ik ben wel wat gewend. Maar: dit niet.

Ze zorgen ervoor dat ik eindelijk weer ga vliegen. Los kom. De vonk voel. Branden. Dóór wil pakken. Nog één keer. En dan goed.

Al was het maar om die twee zinnen ooit ergens te mogen overtreffen.
Of ergens aan toe te voegen. Aan de schriftjes. Aan de ideetjes. Aan de kopjes koffie. Aan de aanvarinkjes. De leermomentjes. De misverstandjes. De puzzelstukjes. Of: aan de literatuur. Waar ze horen.

Of ze kloppen en goed genoeg zijn, daar is inmiddels ook een Lat voor. Net als voor alles wat we gaan doen.

Het moet de wereld beter maken.
Het moet de wereld mooier maken.
Het moet ons gelukkiger maken.

Dat.

Is.

De.

Sleutel.

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen