Ik heb een beetje een raar hoofd.

Of eigenlijk: laat dat ‘een beetje’ er maar van af. Het is een regelrechte ramp.

Nu zal dat voor velen van jullie geen verrassing zijn. Het is geen bekentenis op het niveau van uit de kast komen, of zo. En nee, voor mezelf is het ook geen nieuws. Het heeft me immers een kleine 50 jaar gekost om het voor mezelf leefbaar te maken, omgevingen zullen er nooit aan wennen – die struikelden stuk voor stuk over de onmacht waar ik zelf ook nog elke dag tegenaan bots. Ik heb me er maar bij neergelegd, inmiddels.

Volkomen isolatie is voor mij het beste, en voor iedereen het leukste. Wat dat betreft is het hele ‘social distancing’-ding voor mij niks nieuws: ik heb het ongeveer uitgevonden.

Was alleen vergeten de hashtag #anderhalvemeter te claimen. En #50meter, #200meter, #anderhalvekilometer en #laatmeingodsnaammetrust.

Natuurlijk heb ik weleens geprobeerd het te analyseren (wat niet, eigenlijk?). En de beste verklaring die ik tot nu toe kon vinden, is dat de bedrading in mijn brein omgekeerd is aangelegd. Per ongeluk, of expres, ik weet het niet (laat staan door wie of wat).

Hoe dan ook: het werkt bij mij precies andersom, in het hoofd.

Zo ben ik bijvoorbeeld in staat om van de meest complexe zaken, waar mensen of organisaties al 20 jaar hun hoofd over te breken, binnen 3 nanoseconden een kaart te maken, het te onderbouwen, en de oplossing aan te dragen. Of een stuk of 10 oplossingen. Goddank, want daarvoor word ik ingehuurd, daar verdien ik mijn brood mee.

Maar daar staat, letterlijk, tegenover dat ik van de meest simpele zaken, van die normale dingen die voor iedereen volstrekt logisch zijn, totaal in de war raak. Kortsluiting krijg. Het even niet meer weet.

Apparaten en ik, bijvoorbeeld. Ook al hebben ze maar twee knoppen, of één – ik kan er dagen naar staan kijken met een groot vraagteken boven mijn hoofd.

Ik heb een oven in huis, maar daar houdt het ook mee op: ik gebruik hem voornamelijk als spiegel omdat-ie, heel handig, op ooghoogte zit. De vaatwasmachine is nu al 3 keer uitgelegd door de conciërge, een Blender aansluiten leidt tot afgerukte ledematen en ik heb nog maar één lichtpunt in huis – alle andere gloeilampen hebben het begeven en ik weet niet hoe ik dat dan moet vervangen.

Sowieso: als ik naar een apparaat kijk, dan gaat het al stuk.

Handleidingen en gebruiksaanwijzingen, zei je? Als er iets is dat ik niet begrijp, is dat het wel. Ik neem de letters wel in me op, maar begrijpend lezen is er niet bij.

Nog zo’n ding is: bellen. Los van het feit dat ik elk binnenkomend telefoontje een ernstige aanslag vind op mijn privacy, heeft het niets met die aversie an sich te maken. Hoe ik ook mijn best doe, en geloof me: ik heb het geprobeerd – ik kan het gewoon niet.

Soms, heel soms, als ik in de auto zit met oortjes in, en mijn geest op onbewust niveau ‘bezig’ is met sturen, lukt het me. Als ik je tenminste ooit al eens in het echt gezien heb, of liever nog: al 20 jaar ken. Maar zelfs dan vind ik het ongelofelijk lastig om de informatie die op me afkomt, recht mijn gehoorgang in, te plaatsen, te kaderen, te interpreteren. En helemaal: om er adequaat op te reageren. Het lijkt of ik toeschouwer ben van een gesprek tussen twee vreemde entiteiten, die ook nog eens allebei een andere taal spreken, wat niet wordt ondertiteld.

Ik snap er vaak niks van, hoor niet wat er wordt gezegd en als ik ophang denk ik vaak: “shit, had ik dit maar opgenomen, dan had ik het later op een rustig moment nog eens kunnen terugluisteren, en er aantekeningen bij maken”. Of ik denk: “… maar… heb ik nou eigenlijk gezegd wat ik wilde zeggen..?” Waarop het antwoord negen van de tien keer luidt: natuurlijk niet.

Ook hier heb ik me inmiddels bij neergelegd. Er het beste van gemaakt. Ik laat klanten tegenwoordig zelfs een contract ondertekenen dat ze weten en accepteren dat telefonisch contact nul zin heeft. Dat ik mail, of app. Of het liefst natuurlijk: live samenkom.

Wat dat betreft zijn het nu natuurlijk helemaal rare tijden.

Waar bellen al een no-go area is, vind ik Zoomen nog honderd x erger. En ook daar lijk ik wel alleen in te staan. Iedereen juicht, maakt lollige schermfoto’s van vergaderingen, verzint digitale ‘vrijmibo’s, hangt opeens de DJ uit (mensen van wie ik helemaal niet wist dat ze überhaupt iets met muziek hadden, blijken complete nachtclub sets thuis te hebben staan), ontwerpt grappige backgrounds en houd in elk geval de moed erin.

Maar: Ik. Ga. Echt. Dood.

Na 2 ‘calls’ op een dag, kan je me wegdragen. Uitgewrongen, uitgeput, lekkend uit al mijn lichaamsopeningen.

Ik zit totaal niet ‘in’ het gesprek, ben de hele tijd alleen maar aan het denken: “Wat een alternatief. Wat een slap aftreksel van de werkelijkheid”.

Ook lastig is dat ik de non-verbale communicatie niet zie, de verbindingen tussen mensen in een ruimte, het grotere plaatje mis, de energie van iets of iemand niet kan zien of ‘beetpakken’, de ongeschreven regels niet voel en zó de hele tijd moet zitten op te letten dat ik erbij blijf, dat ik het allerbelangrijkste van een gesprek, datgene waar ik mijn informatie normaal gesproken haal, niet ‘hoor’: wat er juist níet gezegd wordt.

En ja, ook ik kan niet anders nu. Net als jullie. Dus: ik ga er het beste van maken.

Daarover gesproken. Over ‘er iets van maken’. Ik heb even jullie hulp nodig. Ik ben al echt de halve dag bezig (lees: kwijt) met deze twee strandstoelen.

Vorig jaar voor tien piek de twee op de kop getikt.

En nu we thuis zitten, en ik overal lees dat we nu opeens de tijd hebben om aan onze tuin of het balkon te werken, voelde ik me bijna schuldig dat ik dat de afgelopen 10 dagen nog niet gedaan had. Aan mijn balkon.

Vanochtend dus aan de slag.

Maar. Maar. Maar.

Die achterste stoel klopt. Volgens mij.

Die voorste: ik krijg hem maar niet ‘goed’.

Ik snap er helemaal niets van.

En nee, ook de andere als voorbeeld gebruiken, lukt niet.

Ik heb zeker een uur lang zitten kijken. En puzzelen. Vergeefs.

Gek word ik ervan. Van frustratie. Van onmacht. Van domheid. Het is dat ik me de afgelopen jaren getraind heb in zelfspot, en er nog een soort van lol aan kan beleven. Anders had ik die twee stoelen al over de rand geflikkerd, en was ik er zelf waarschijnlijk achteraan gesprongen.

Dus: als jullie dat raadsel over die moeder die vier zonen heeft (het antwoord is ‘Iemand’, trouwens) al opgelost hebben, al twee vreemde talen hebben geleerd, klaar zijn met de jeugdfoto-challenge, inmiddels hebben getest of mensen je updates lezen ook zonder foto en natuurlijk: ‘je business online hebben gebracht’, hebben jullie dan misschien wat tijd en denkkracht over om mij te helpen?

Ik ga je eeuwig dankbaar zijn.

En oh ja: hulp graag in de comment’s. Per mail. Of in de app.

Ga.

Me.

Vooral.

Niet.

Bellen.

Tagged with →  

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen

 

Ik heb een beetje een raar hoofd.

Of eigenlijk: laat dat ‘een beetje’ er maar van af. Het is een regelrechte ramp.

Nu zal dat voor velen van jullie geen verrassing zijn. Het is geen bekentenis op het niveau van uit de kast komen, of zo. En nee, voor mezelf is het ook geen nieuws. Het heeft me immers een kleine 50 jaar gekost om het voor mezelf leefbaar te maken, omgevingen zullen er nooit aan wennen – die struikelden stuk voor stuk over de onmacht waar ik zelf ook nog elke dag tegenaan bots. Ik heb me er maar bij neergelegd, inmiddels.

Volkomen isolatie is voor mij het beste, en voor iedereen het leukste. Wat dat betreft is het hele ‘social distancing’-ding voor mij niks nieuws: ik heb het ongeveer uitgevonden.

Was alleen vergeten de hashtag #anderhalvemeter te claimen. En #50meter, #200meter, #anderhalvekilometer en #laatmeingodsnaammetrust.

Natuurlijk heb ik weleens geprobeerd het te analyseren (wat niet, eigenlijk?). En de beste verklaring die ik tot nu toe kon vinden, is dat de bedrading in mijn brein omgekeerd is aangelegd. Per ongeluk, of expres, ik weet het niet (laat staan door wie of wat).

Hoe dan ook: het werkt bij mij precies andersom, in het hoofd.

Zo ben ik bijvoorbeeld in staat om van de meest complexe zaken, waar mensen of organisaties al 20 jaar hun hoofd over te breken, binnen 3 nanoseconden een kaart te maken, het te onderbouwen, en de oplossing aan te dragen. Of een stuk of 10 oplossingen. Goddank, want daarvoor word ik ingehuurd, daar verdien ik mijn brood mee.

Maar daar staat, letterlijk, tegenover dat ik van de meest simpele zaken, van die normale dingen die voor iedereen volstrekt logisch zijn, totaal in de war raak. Kortsluiting krijg. Het even niet meer weet.

Apparaten en ik, bijvoorbeeld. Ook al hebben ze maar twee knoppen, of één – ik kan er dagen naar staan kijken met een groot vraagteken boven mijn hoofd.

Ik heb een oven in huis, maar daar houdt het ook mee op: ik gebruik hem voornamelijk als spiegel omdat-ie, heel handig, op ooghoogte zit. De vaatwasmachine is nu al 3 keer uitgelegd door de conciërge, een Blender aansluiten leidt tot afgerukte ledematen en ik heb nog maar één lichtpunt in huis – alle andere gloeilampen hebben het begeven en ik weet niet hoe ik dat dan moet vervangen.

Sowieso: als ik naar een apparaat kijk, dan gaat het al stuk.

Handleidingen en gebruiksaanwijzingen, zei je? Als er iets is dat ik niet begrijp, is dat het wel. Ik neem de letters wel in me op, maar begrijpend lezen is er niet bij.

Nog zo’n ding is: bellen. Los van het feit dat ik elk binnenkomend telefoontje een ernstige aanslag vind op mijn privacy, heeft het niets met die aversie an sich te maken. Hoe ik ook mijn best doe, en geloof me: ik heb het geprobeerd – ik kan het gewoon niet.

Soms, heel soms, als ik in de auto zit met oortjes in, en mijn geest op onbewust niveau ‘bezig’ is met sturen, lukt het me. Als ik je tenminste ooit al eens in het echt gezien heb, of liever nog: al 20 jaar ken. Maar zelfs dan vind ik het ongelofelijk lastig om de informatie die op me afkomt, recht mijn gehoorgang in, te plaatsen, te kaderen, te interpreteren. En helemaal: om er adequaat op te reageren. Het lijkt of ik toeschouwer ben van een gesprek tussen twee vreemde entiteiten, die ook nog eens allebei een andere taal spreken, wat niet wordt ondertiteld.

Ik snap er vaak niks van, hoor niet wat er wordt gezegd en als ik ophang denk ik vaak: “shit, had ik dit maar opgenomen, dan had ik het later op een rustig moment nog eens kunnen terugluisteren, en er aantekeningen bij maken”. Of ik denk: “… maar… heb ik nou eigenlijk gezegd wat ik wilde zeggen..?” Waarop het antwoord negen van de tien keer luidt: natuurlijk niet.

Ook hier heb ik me inmiddels bij neergelegd. Er het beste van gemaakt. Ik laat klanten tegenwoordig zelfs een contract ondertekenen dat ze weten en accepteren dat telefonisch contact nul zin heeft. Dat ik mail, of app. Of het liefst natuurlijk: live samenkom.

Wat dat betreft zijn het nu natuurlijk helemaal rare tijden.

Waar bellen al een no-go area is, vind ik Zoomen nog honderd x erger. En ook daar lijk ik wel alleen in te staan. Iedereen juicht, maakt lollige schermfoto’s van vergaderingen, verzint digitale ‘vrijmibo’s, hangt opeens de DJ uit (mensen van wie ik helemaal niet wist dat ze überhaupt iets met muziek hadden, blijken complete nachtclub sets thuis te hebben staan), ontwerpt grappige backgrounds en houd in elk geval de moed erin.

Maar: Ik. Ga. Echt. Dood.

Na 2 ‘calls’ op een dag, kan je me wegdragen. Uitgewrongen, uitgeput, lekkend uit al mijn lichaamsopeningen.

Ik zit totaal niet ‘in’ het gesprek, ben de hele tijd alleen maar aan het denken: “Wat een alternatief. Wat een slap aftreksel van de werkelijkheid”.

Ook lastig is dat ik de non-verbale communicatie niet zie, de verbindingen tussen mensen in een ruimte, het grotere plaatje mis, de energie van iets of iemand niet kan zien of ‘beetpakken’, de ongeschreven regels niet voel en zó de hele tijd moet zitten op te letten dat ik erbij blijf, dat ik het allerbelangrijkste van een gesprek, datgene waar ik mijn informatie normaal gesproken haal, niet ‘hoor’: wat er juist níet gezegd wordt.

En ja, ook ik kan niet anders nu. Net als jullie. Dus: ik ga er het beste van maken.

Daarover gesproken. Over ‘er iets van maken’. Ik heb even jullie hulp nodig. Ik ben al echt de halve dag bezig (lees: kwijt) met deze twee strandstoelen.

Vorig jaar voor tien piek de twee op de kop getikt.

En nu we thuis zitten, en ik overal lees dat we nu opeens de tijd hebben om aan onze tuin of het balkon te werken, voelde ik me bijna schuldig dat ik dat de afgelopen 10 dagen nog niet gedaan had. Aan mijn balkon.

Vanochtend dus aan de slag.

Maar. Maar. Maar.

Die achterste stoel klopt. Volgens mij.

Die voorste: ik krijg hem maar niet ‘goed’.

Ik snap er helemaal niets van.

En nee, ook de andere als voorbeeld gebruiken, lukt niet.

Ik heb zeker een uur lang zitten kijken. En puzzelen. Vergeefs.

Gek word ik ervan. Van frustratie. Van onmacht. Van domheid. Het is dat ik me de afgelopen jaren getraind heb in zelfspot, en er nog een soort van lol aan kan beleven. Anders had ik die twee stoelen al over de rand geflikkerd, en was ik er zelf waarschijnlijk achteraan gesprongen.

Dus: als jullie dat raadsel over die moeder die vier zonen heeft (het antwoord is ‘Iemand’, trouwens) al opgelost hebben, al twee vreemde talen hebben geleerd, klaar zijn met de jeugdfoto-challenge, inmiddels hebben getest of mensen je updates lezen ook zonder foto en natuurlijk: ‘je business online hebben gebracht’, hebben jullie dan misschien wat tijd en denkkracht over om mij te helpen?

Ik ga je eeuwig dankbaar zijn.

En oh ja: hulp graag in de comment’s. Per mail. Of in de app.

Ga.

Me.

Vooral.

Niet.

Bellen.

Tagged with →  

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen