Zeven was ik. 

Het moment gaat nooit meer van mijn netvlies. Allesbepalend, achteraf. Alle jaren daarvoor, sowieso al geblocked, waren voor altijd weg en het enige dat nog voor me lag was de toekomst.

Ik liep naar school, ’s ochtends vroeg – het was winter, want donker. De lantaarnpalen aan de Eduard van Beinumlaan in Schiedam brandden nog.

Ik ‘zag’ opeens hoe mijn leven zou gaan. In een sneltreintempo trok het aan mijn toen al opvallend visueel ingestelde geestesoog voorbij. Ik zou zakenman worden, kunstenaar, schrijver, journalist, filosoof, reiziger.

Zakenman.

Kunstenaar.

Schrijver.

Jounalist.

Filosoof.

Reiziger.

Ga er maar aan staan. Met je zeven jaar. 

In de afgelopen 44 jaar heb ik een aantal van die brandende ambities kunnen verwezenlijken – de een want succesvoller dan de ander. En afhankelijk van de definitie van zakenman, kunstenaar, schrijver, journalist, filosoof, reiziger – ik hou ze altijd het liefst een beetje breed.

Maar… de afgelopen jaren was ik weleens wat zoekende. En ontevreden over mezelf. Wat had ik nou helemaal gedaan? Wat had ik nou eigenlijk bijgedragen? In hoeverre had ik mijn volle potentie er uitgetrokken, en de wereld ingeslingerd? Had ik dat jochie van zeven wel voldoende gegeven waar-ie destijds van droomde?

Wat moest ik verder nog? En als ik morgen tegen een boom zou rijden, kon ik dan met een gerust hart hemelen? Wetende dat ik er alles aan had gedaan, alles had gegeven? 

Was ik wel succesvol genoeg? En hoe duid ik succes, eigenlijk?

-.-

“Wat zou jij doen, als je niet meer hoefde te werken voor je geld?” – vroeg iemand laatst aan me. 

Out of the blue.

De snelheid van mijn antwoord, verbaasde me. Binnen de seconde zei ik: “Precies hetzelfde als wat ik nu doe”

Het kwam uit mijn tenen, diep uit de ziel, geen twijfel mogelijk, de buik nam het over van mijn hoofd en het was eruit voordat ik het wist. 

Oke, oke. Laat ik het wat nuanceren. 

Natuurlijk, er zou wel een lichte verschuiving zijn. Van aandacht, vooral.

Ik zou -denk ik- wat meer gaan schrijven (maar dan in het wilde weg, waarschijnlijk zinloos bouwend aan een roman die nooit afkomt). 

Ik zou -denk ik- gaan studeren. Religiewetenschappen, staat al jaren op mijn lijstje en vraag me niet waarom.

Ik zou -denk ik-  mijn vliegbrevet gaan halen en een cursus ‘Illusionist’ gaan volgen. 

Ik zou -denk ik-  een maand – hooguit – op een onbewoond en zonnig eiland gaan liggen zonder iPhone. Met alle boeken die ik nog uit moet lezen. Als ik het überhaupt al een maand uithoud, zeg. 

Ik zou twee maanden lang een roadtrip maken naar alle beroemde musea in heel Europa, die ik nog niet gezien heb – me totaal onderdompelen in de krochten van andere geniale gekken

Ik zou -denk ik-  weer een huis regelen in Portugal, of in Normandië, waar ik me af en toe terug kan trekken. Studerend, denk ik. Op Godsdiensten, Multi Engine Instrument Rating, de cryptomarkt of op de Linking Rings, de Floating Lightbulb en Het verdwijnende Vrijheidsbeeld. 

Ik zou – denk ik, nee: ik weet het zeker – een hele hoop mensen stiekem blij maken met een anonieme envelop. Gewoon omdat het kan. 

Ik zou – denk ik – een beetje speculeren met en handelen in alle oldtimers die ik ooit nog eens wil rijden (boys will be boys, enzo). Een Maserati 3200GT, een Ferrari Scaglietti, een Mercedes 500e, een Citroën CX Gti Prestige, een Rolls Royce Coniche Coupé – niks raars. Gewoon mooi, en oud.

Ik zou een face-lift laten doen, mijn ogen laten laseren, een maagballon nemen en de hele boel een beetje laten bijbotoxen.

Dat laatste was een geintje.

Nee, serieus: dit was het wel zo’n beetje. Niks gekkigheid, dus. Eigenlijk. 

Want: na 8 weken weet ik zeker dat je me weer terugvindt achter een laptop. Als een soort van Zakenman. Kunstenaar. Schrijver. Jounalist. Filosoof. En Reiziger. 

De wereld mooier makend, complexe marketingpuzzels krakend, liefdevolle mensen verbindend, systemen ter discussie stellend, reclamemakend en me verbazend over de domheid van de goegemeente – vooral vaktechnisch. Waarschijnlijk ook: twee, drie keer per week stukjes als dit tikkend. Over wat ik vind, wat ik denk, waar ik me over verbaas, wat ik ‘geadresseerd’ wil hebben. Of ik nu gelijk heb of niet.

Nothing has changed, really. 

Ik werd wel blij van die gedachte, van dat inzicht. Dat er eigenlijk niks verandert, ook al zou ik opeens de loterij winnen. En 10, 20, 30 miljoen krijgen.

Of als ik opeens een mysterieuze achteroom blijk te hebben, die geen kinderen heeft en random met een pijltje gooide in het Van Hoogdalem geslachtenboek (op zich al voer voor een roman).

Nu ben ik -grappig genoeg- al mijn hele leven God en de hele wereld aan het vertellen wat ze zouden ‘moeten’ doen met hun leven. En waarom. En vooral: hoe? En hoe ze daar dan vervolgens een flink rokende schoorsteen van konden maken. 

En zelf was ik de laatste jaren flink aan het zoeken. In alle hoeken en gaten. Ook op de verkeerde plekken, met mensen die je achteraf beter had kunnen mijden. Trial and error. Het viel niet mee, moet ik zeggen, en lange tijd van fysieke mankementen maakten het er ook niet gezelliger op. Ik bleef maar denken, en malen. Complex puzzeltje om te kraken: het helpt niet als je op extreem jonge leeftijd piekt. En als je twijfelt aan het nut van je vak. Als je snel verveelt bent, snel overprikkeld of snel uitgekeken.

Totdat op 30 juli het kwartje opeens viel. 

Of zeg maar gerust: dat miljoen. #pats #boem Toen ik opeens zag dat het helemaal niet ging om de inhoud, maar om de vorm. Wat ik allemaal deed (en doe), daar is niks mee. Dat is wie ik ben. Ik kan niet anders. 

Maar wat er tot nu toe steeds niet klopte, was de manier waarop ik het deed. De vorm die ik het steeds liet krijgen. Te beperkt. Te smal. Te breed. Te veel. Met teveel mensen. Of te weinig.

Ik prijs me gelukkig dat het Grote Zoeken nu over is, dat ik Het eindelijk gevonden heb. Voelt een beetje als dat geniale conceptalbum van Marrilion, ‘Misplaced Childhood’, waarin de onvolprezen en immer worstelende Fish ons op het eind trakteert op een prachtig inzicht: “There is no childhood’s end

.-.

“Cause the only thing misplaced was direction

And I found direction.

There is no Childhood’s End.

There is no Childhood’s End.

Cause’ you are my childhood friend.

Cause’ you are my childhood friend.

Oh lead me on.

Hey you, you’ve survived.

Now you’ve arrived,

To be reborn in the shadow of the magpie.

Now you realize, that you’ve got to get out of here.

You’ve found the leading light of destiny,

Burning in the ashes of your memory.

You want to change the world.

You’d resigned yourself to die a broken rebel,

But that was looking backward.

Now you’ve found the light.

You, the child that once loved,

The child before they broke his heart.

The heart, the heart that I believed was lost

So it’s me I see, I can do anything.

I’m still the child.

Cause the only thing misplaced was direction, and I found direction.

There is no childhood’s end.

There is no childhood’s end.

There is no childhood’s end.

I am your childhood friend”.

Oh…lead me on”

.-.

Ik.

Ben.

Een.

Rijk.

Man.

Tagged with →  

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen

 

Herbert filosofeert

Terug naar alle artikelen

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen

 

Zeven was ik. 

Het moment gaat nooit meer van mijn netvlies. Allesbepalend, achteraf. Alle jaren daarvoor, sowieso al geblocked, waren voor altijd weg en het enige dat nog voor me lag was de toekomst.

Ik liep naar school, ’s ochtends vroeg – het was winter, want donker. De lantaarnpalen aan de Eduard van Beinumlaan in Schiedam brandden nog.

Ik ‘zag’ opeens hoe mijn leven zou gaan. In een sneltreintempo trok het aan mijn toen al opvallend visueel ingestelde geestesoog voorbij. Ik zou zakenman worden, kunstenaar, schrijver, journalist, filosoof, reiziger.

Zakenman.

Kunstenaar.

Schrijver.

Jounalist.

Filosoof.

Reiziger.

Ga er maar aan staan. Met je zeven jaar. 

In de afgelopen 44 jaar heb ik een aantal van die brandende ambities kunnen verwezenlijken – de een want succesvoller dan de ander. En afhankelijk van de definitie van zakenman, kunstenaar, schrijver, journalist, filosoof, reiziger – ik hou ze altijd het liefst een beetje breed.

Maar… de afgelopen jaren was ik weleens wat zoekende. En ontevreden over mezelf. Wat had ik nou helemaal gedaan? Wat had ik nou eigenlijk bijgedragen? In hoeverre had ik mijn volle potentie er uitgetrokken, en de wereld ingeslingerd? Had ik dat jochie van zeven wel voldoende gegeven waar-ie destijds van droomde?

Wat moest ik verder nog? En als ik morgen tegen een boom zou rijden, kon ik dan met een gerust hart hemelen? Wetende dat ik er alles aan had gedaan, alles had gegeven? 

Was ik wel succesvol genoeg? En hoe duid ik succes, eigenlijk?

-.-

“Wat zou jij doen, als je niet meer hoefde te werken voor je geld?” – vroeg iemand laatst aan me. 

Out of the blue.

De snelheid van mijn antwoord, verbaasde me. Binnen de seconde zei ik: “Precies hetzelfde als wat ik nu doe”

Het kwam uit mijn tenen, diep uit de ziel, geen twijfel mogelijk, de buik nam het over van mijn hoofd en het was eruit voordat ik het wist. 

Oke, oke. Laat ik het wat nuanceren. 

Natuurlijk, er zou wel een lichte verschuiving zijn. Van aandacht, vooral.

Ik zou -denk ik- wat meer gaan schrijven (maar dan in het wilde weg, waarschijnlijk zinloos bouwend aan een roman die nooit afkomt). 

Ik zou -denk ik- gaan studeren. Religiewetenschappen, staat al jaren op mijn lijstje en vraag me niet waarom.

Ik zou -denk ik-  mijn vliegbrevet gaan halen en een cursus ‘Illusionist’ gaan volgen. 

Ik zou -denk ik-  een maand – hooguit – op een onbewoond en zonnig eiland gaan liggen zonder iPhone. Met alle boeken die ik nog uit moet lezen. Als ik het überhaupt al een maand uithoud, zeg. 

Ik zou twee maanden lang een roadtrip maken naar alle beroemde musea in heel Europa, die ik nog niet gezien heb – me totaal onderdompelen in de krochten van andere geniale gekken

Ik zou -denk ik-  weer een huis regelen in Portugal, of in Normandië, waar ik me af en toe terug kan trekken. Studerend, denk ik. Op Godsdiensten, Multi Engine Instrument Rating, de cryptomarkt of op de Linking Rings, de Floating Lightbulb en Het verdwijnende Vrijheidsbeeld. 

Ik zou – denk ik, nee: ik weet het zeker – een hele hoop mensen stiekem blij maken met een anonieme envelop. Gewoon omdat het kan. 

Ik zou – denk ik – een beetje speculeren met en handelen in alle oldtimers die ik ooit nog eens wil rijden (boys will be boys, enzo). Een Maserati 3200GT, een Ferrari Scaglietti, een Mercedes 500e, een Citroën CX Gti Prestige, een Rolls Royce Coniche Coupé – niks raars. Gewoon mooi, en oud.

Ik zou een face-lift laten doen, mijn ogen laten laseren, een maagballon nemen en de hele boel een beetje laten bijbotoxen.

Dat laatste was een geintje.

Nee, serieus: dit was het wel zo’n beetje. Niks gekkigheid, dus. Eigenlijk. 

Want: na 8 weken weet ik zeker dat je me weer terugvindt achter een laptop. Als een soort van Zakenman. Kunstenaar. Schrijver. Jounalist. Filosoof. En Reiziger. 

De wereld mooier makend, complexe marketingpuzzels krakend, liefdevolle mensen verbindend, systemen ter discussie stellend, reclamemakend en me verbazend over de domheid van de goegemeente – vooral vaktechnisch. Waarschijnlijk ook: twee, drie keer per week stukjes als dit tikkend. Over wat ik vind, wat ik denk, waar ik me over verbaas, wat ik ‘geadresseerd’ wil hebben. Of ik nu gelijk heb of niet.

Nothing has changed, really. 

Ik werd wel blij van die gedachte, van dat inzicht. Dat er eigenlijk niks verandert, ook al zou ik opeens de loterij winnen. En 10, 20, 30 miljoen krijgen.

Of als ik opeens een mysterieuze achteroom blijk te hebben, die geen kinderen heeft en random met een pijltje gooide in het Van Hoogdalem geslachtenboek (op zich al voer voor een roman).

Nu ben ik -grappig genoeg- al mijn hele leven God en de hele wereld aan het vertellen wat ze zouden ‘moeten’ doen met hun leven. En waarom. En vooral: hoe? En hoe ze daar dan vervolgens een flink rokende schoorsteen van konden maken. 

En zelf was ik de laatste jaren flink aan het zoeken. In alle hoeken en gaten. Ook op de verkeerde plekken, met mensen die je achteraf beter had kunnen mijden. Trial and error. Het viel niet mee, moet ik zeggen, en lange tijd van fysieke mankementen maakten het er ook niet gezelliger op. Ik bleef maar denken, en malen. Complex puzzeltje om te kraken: het helpt niet als je op extreem jonge leeftijd piekt. En als je twijfelt aan het nut van je vak. Als je snel verveelt bent, snel overprikkeld of snel uitgekeken.

Totdat op 30 juli het kwartje opeens viel. 

Of zeg maar gerust: dat miljoen. #pats #boem Toen ik opeens zag dat het helemaal niet ging om de inhoud, maar om de vorm. Wat ik allemaal deed (en doe), daar is niks mee. Dat is wie ik ben. Ik kan niet anders. 

Maar wat er tot nu toe steeds niet klopte, was de manier waarop ik het deed. De vorm die ik het steeds liet krijgen. Te beperkt. Te smal. Te breed. Te veel. Met teveel mensen. Of te weinig.

Ik prijs me gelukkig dat het Grote Zoeken nu over is, dat ik Het eindelijk gevonden heb. Voelt een beetje als dat geniale conceptalbum van Marrilion, ‘Misplaced Childhood’, waarin de onvolprezen en immer worstelende Fish ons op het eind trakteert op een prachtig inzicht: “There is no childhood’s end

.-.

“Cause the only thing misplaced was direction

And I found direction.

There is no Childhood’s End.

There is no Childhood’s End.

Cause’ you are my childhood friend.

Cause’ you are my childhood friend.

Oh lead me on.

Hey you, you’ve survived.

Now you’ve arrived,

To be reborn in the shadow of the magpie.

Now you realize, that you’ve got to get out of here.

You’ve found the leading light of destiny,

Burning in the ashes of your memory.

You want to change the world.

You’d resigned yourself to die a broken rebel,

But that was looking backward.

Now you’ve found the light.

You, the child that once loved,

The child before they broke his heart.

The heart, the heart that I believed was lost

So it’s me I see, I can do anything.

I’m still the child.

Cause the only thing misplaced was direction, and I found direction.

There is no childhood’s end.

There is no childhood’s end.

There is no childhood’s end.

I am your childhood friend”.

Oh…lead me on”

.-.

Ik.

Ben.

Een.

Rijk.

Man.

Tagged with →  

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen