Ik dacht: “…d’r in en d’r uit, hoppa – 10 minuutjes, max!”

Dat ging, zoals alles in mijn leven, even anders. Bijna anderhalf uur was het, op de kop af. En ik begrijp nu ook pas de koptelefoon en de ‘dodemansknop’ die je in je handen wordt gedrukt. Met een achteraf begrijpelijke meewarige blik, trouwens.

Welke muziek ik wilde horen? Ach, doe maar Beethoven, dacht ik. Een mooie, rustige pianosonate, de 14e of zo, stelde ik me daarbij voor. Altijd goed om mijn ultrakorte spanningsboog een beetje te verlengen, en rustgevend genoeg om eventuele aanvallen van claustrofobie het hoofd te bieden. Want dat die gingen komen, werd me wel duidelijk – zo’n buis zag er nauwer uit dan ik me vantevoren had gerealiseerd.

Ondanks dat ze met de 5de begonnen (dzjing, pats, boem!), ging het aanvankelijk niet eens onaardig. Het was te doen, hoewel een reclamevrij Spotify abonnement voor het ziekenhuis geen onnodige luxe zou zijn. Voor de 5de, kreeg ik eerst een commercial voor – of tegen – vermeende oogziekten, van Pearle meen ik. Niet bepaald opwekkend in zo’n toch al naar lysol, wanhoop, berusting en afstervende ledematen ruikende omgeving.

Na 3 minuten een stem in mijn koptelefoon: “… U doet het heel goed, mijnheer van Hoogdalem, maar ik kom zo binnen, we gaan u nu even opnieuw instellen…”

Wat een feest! Ik wist niet dat dat ook in het pakket hoorde. Als een kind zo blij zag ik het voor me: helemaal opnieuw ingesteld. Wég verleden, zeg maar dag tegen je trauma’s, niks 48 jaar herinneringen. Maar een totaal nieuw karakter, een frisverse persoonlijkheid, een nagelnieuwe skillset en met een beetje geluk ook nog wat fysieke assets, hoopte ik. Een rechte rug, babyroze schone longen, een sporthart – dat werk.

Maar helaas: ik bleek slechts verkeerd te liggen. En na een moeizame draai, was ik nog niks veranderd. Laat staan verbeterd.

Nou ja. Doorbijten maar. Grote jongen zijn. Zure appel, en zo.

Na afloop werd er weggekeken op mijn ludiek, maar ook een beetje serieus bedoelde vraag: “…en, hoe was het, nog wat te zien?”.

Je hoopt natuurlijk toch dat ze zeggen dat ze nog nooit zo’n Goddelijk lichaam zagen, dat dit hun meest zinloze en overbodige MRI ooit was en dat ze niet begrijpen waarom ik dit moest ondergaan – en dat ze de administratie er bij zullen pakken om te kijken of ik niet verward ben met een andere persoon.

Maar nee. Wegkijkend komt er een standaard antwoord dat de dokter volgende week ongetwijfeld de uitslag met me zal delen. Vergis ik me, of kijkt ze nog meewariger dan bij het begin? Voel ik een soort van afscheid? Heeft ze gezien wat daar van binnen allemaal mis is, en hoofdschuddend haar collegae aangekeken? Kan ze na 20 jaar MRI’s al voorspellen hoe kort ik nog te gaan heb?

Desondanks kleed ik me goedgemutst weer aan. Waar zal ik deze anderhalf uur eens op schrijven? Of zal ik het maar gewoon als verloren tijd beschouwen?

Volgende week meer nieuws.

En oh ja.

Ik krijg weer allemaal appjes, mails, berichten of ik nog leef. Of het wel goed gaat. Want, zo blijkt uit data van mensen die dat kennelijk bijhouden, ik ben al 16 dagen niet op Facebook.

No worries!

Weinig spannends te melden. Niet zo veel inspiratie. Wat contemplatie en reflectie, waarschijnlijk door het naderende einde (van het jaar, mensen, van het jaar), wat nog niet deelbaar is.

Beetje lauwloenen, allemaal.

Met af en toe een MRI-scan. Dus.

Waarover ik volgende week vast ga melden dat die onnodig was.

Hou vol.

Dan doe ik het ook.

As usual.

Tagged with →  

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen

 

Herbert filosofeert

Terug naar alle artikelen

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen

 

Ik dacht: “…d’r in en d’r uit, hoppa – 10 minuutjes, max!”

Dat ging, zoals alles in mijn leven, even anders. Bijna anderhalf uur was het, op de kop af. En ik begrijp nu ook pas de koptelefoon en de ‘dodemansknop’ die je in je handen wordt gedrukt. Met een achteraf begrijpelijke meewarige blik, trouwens.

Welke muziek ik wilde horen? Ach, doe maar Beethoven, dacht ik. Een mooie, rustige pianosonate, de 14e of zo, stelde ik me daarbij voor. Altijd goed om mijn ultrakorte spanningsboog een beetje te verlengen, en rustgevend genoeg om eventuele aanvallen van claustrofobie het hoofd te bieden. Want dat die gingen komen, werd me wel duidelijk – zo’n buis zag er nauwer uit dan ik me vantevoren had gerealiseerd.

Ondanks dat ze met de 5de begonnen (dzjing, pats, boem!), ging het aanvankelijk niet eens onaardig. Het was te doen, hoewel een reclamevrij Spotify abonnement voor het ziekenhuis geen onnodige luxe zou zijn. Voor de 5de, kreeg ik eerst een commercial voor – of tegen – vermeende oogziekten, van Pearle meen ik. Niet bepaald opwekkend in zo’n toch al naar lysol, wanhoop, berusting en afstervende ledematen ruikende omgeving.

Na 3 minuten een stem in mijn koptelefoon: “… U doet het heel goed, mijnheer van Hoogdalem, maar ik kom zo binnen, we gaan u nu even opnieuw instellen…”

Wat een feest! Ik wist niet dat dat ook in het pakket hoorde. Als een kind zo blij zag ik het voor me: helemaal opnieuw ingesteld. Wég verleden, zeg maar dag tegen je trauma’s, niks 48 jaar herinneringen. Maar een totaal nieuw karakter, een frisverse persoonlijkheid, een nagelnieuwe skillset en met een beetje geluk ook nog wat fysieke assets, hoopte ik. Een rechte rug, babyroze schone longen, een sporthart – dat werk.

Maar helaas: ik bleek slechts verkeerd te liggen. En na een moeizame draai, was ik nog niks veranderd. Laat staan verbeterd.

Nou ja. Doorbijten maar. Grote jongen zijn. Zure appel, en zo.

Na afloop werd er weggekeken op mijn ludiek, maar ook een beetje serieus bedoelde vraag: “…en, hoe was het, nog wat te zien?”.

Je hoopt natuurlijk toch dat ze zeggen dat ze nog nooit zo’n Goddelijk lichaam zagen, dat dit hun meest zinloze en overbodige MRI ooit was en dat ze niet begrijpen waarom ik dit moest ondergaan – en dat ze de administratie er bij zullen pakken om te kijken of ik niet verward ben met een andere persoon.

Maar nee. Wegkijkend komt er een standaard antwoord dat de dokter volgende week ongetwijfeld de uitslag met me zal delen. Vergis ik me, of kijkt ze nog meewariger dan bij het begin? Voel ik een soort van afscheid? Heeft ze gezien wat daar van binnen allemaal mis is, en hoofdschuddend haar collegae aangekeken? Kan ze na 20 jaar MRI’s al voorspellen hoe kort ik nog te gaan heb?

Desondanks kleed ik me goedgemutst weer aan. Waar zal ik deze anderhalf uur eens op schrijven? Of zal ik het maar gewoon als verloren tijd beschouwen?

Volgende week meer nieuws.

En oh ja.

Ik krijg weer allemaal appjes, mails, berichten of ik nog leef. Of het wel goed gaat. Want, zo blijkt uit data van mensen die dat kennelijk bijhouden, ik ben al 16 dagen niet op Facebook.

No worries!

Weinig spannends te melden. Niet zo veel inspiratie. Wat contemplatie en reflectie, waarschijnlijk door het naderende einde (van het jaar, mensen, van het jaar), wat nog niet deelbaar is.

Beetje lauwloenen, allemaal.

Met af en toe een MRI-scan. Dus.

Waarover ik volgende week vast ga melden dat die onnodig was.

Hou vol.

Dan doe ik het ook.

As usual.

Tagged with →  

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen